Afgelopen zomer voeren we over het Terschellinger Wad via het Borndiep naar Ameland. Een bepaald deel van dat traject mag je ‘terwille van zeehond en vogel’ alleen afleggen rond hoog water. Hieraan houdt men zich gemiddeld keurig. Wij ook. Aan de rand van de geul vaar je zelfs rond vloed op nog geen vijftig meter van vele tientallen zeehonden.
Die zeebeesten liggen daar op de bank te luieren, jagen en spelen wat. En trekken zich absoluut geen sikkepitje van die langsvarende stoet boten aan. Sterker nog, kijken je geïnteresseerd en nieuwsgierig recht in de ogen. ‘t Is ook alweer een eeuw geleden, dat we nog op ze jaagden… ‘t Lijkt echt allemaal vergeven en vergeten.
De moderne zeehond heeft in ons land dan ook niet veel meer van de moderne mens te vrezen. Hij haalt zijn zorg bij Lenie ‘t Hart en z’n eten bij de visafslag. Dat laatste zagen we een week later. Dook er in de vissershaven van Lauwersoog opeens doodleuk zo’n zeehondenkop naast ons op. Ja, in de haven. De natuur evolueert, denk je dan.
Als de mens nu maar mee-evolueert. Een jaar of drie terug hadden we nog maar net geankerd onder het Rif (een zandplaat tussen Schiermonnikoog en Ameland), toen er een opblaasboot aan kwam blèren. We raadden een beetje bezorgd naar de bedoeling van ‘t vreemde bootje, dat ons zomaar enterde. Over verstoring van de rust gesproken… Zelf houden we niet zo van razende buitenboordmotoren. Was het een bebaarde vogelwachter als gedelegeerde van het ministerie om ons de ‘Erecode’ uit het Convenant Vaarrecreatie te overhandigen. Maar die hadden we dagen daarvoor al uit de jachthaven meegenomen. Dank u.
Deze erecode ‘Wad ik heb je lief‘ is tot stand gekomen dankzij een zeer breed maatschappelijk gedragen platform en blijkt een geslaagd instrument om de mensen bewust te maken van de unieke Wadden. Zo heeft de overheid vastgesteld dat de verstoring van de natuur eerder is afgenomen dan toegenomen en ook dat het aantal overnachtingen in de waddenhavens sinds 2000 min of meer stabiel is. De erecode wordt daarom verlengd en gaat zelfs deeluitmaken van wet- en regelgeving.
Het is dan ook uitgesproken wonderlijk, dat het ministerie van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, om u te helpen) juist nu met een lijvig rapport en plan is gekomen, waarin staat dat het recreatief droogvallen toch nog verder moet worden teruggedrongen. Populaire droogvalplaatsen als de Koffieboonplaat, Richel, Rif, de Oostpunt van Schiermonnikoog, en de Engelsmanplaat moeten tot verboden gebied worden verklaard. Het is ‘t werk van zo’n ambtenaren lobby die omwille van het voortbestaan doorkachelt op dezelfde weg, steeds nieuwe papierbergen produceert, maar niet meer uit het raam kijkt. Laat staan buiten komt.
De BBZ – de vereniging van charterschippers – denkt bij monde van Jaap Baalbergen, dat het verder inperken van vaargebied en droogvalplaatsen juist de kans ontneemt veelal jonge mensen op te voeden en de natuur te leren waarderen. En gelijk heeft-ie. Ook de overheid moet z’n ogen daarvoor open houden. Tijden veranderen snel. Maatregelen die totaal niet begrepen worden, maken ons balorig en dwars. Alsof de natuur ook niet aan die paar boten en mensen zou wennen.
Reigers wonen nu in hartje Amsterdam en ooievaars zitten inmiddels op de lantaarnpalen langs de A4. Een muur zetten tussen natuur en mens zal de bewustwording van onze afhankelijkheid van diezelfde natuur ook niet versnellen. Onbekend maakt nog steeds onbemind. Laat die paar charters en recreatieschippers daarom met de erecode in de hand blijven droogvallen, daar waar ze het nu ook zo netjes doen. Dat zal mens en natuur meer helpen, dan dit door een paar neuspeuterende ambtenaren voorgestelde ‘Wadden-verbod’. Laat ze toch droog vallen!
Met vriendelijke groet,
Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink


Reageer