‘t Is zowat weer anti-fouling-tijd. Onze aluminium boot heeft er na vier jaar weer alle recht op. Maar ja, wat smeer je? Je kijkt wat er te koop is en informeert. Want met anti-foulings weet je ‘t maar nooit. ‘t Luistert scherp naar zout- en zoet water, ondergrond, verwerking, en hoe lang gaat het mee? Onze vorige harde antifouling hield het wel vier jaar vol met een beetje schrobben erbij. Volgens de Franse bouwer moeten we Trilux hebben voor een soortgelijk succes.
Op zoek naar Trilux. Staat keurig in het lijstje van AKZO-verffabrikant International Yachtpaint met een Nederlandstalige handleiding. Alleen één ding. In Nederland mag het niet verkocht, niet vervoerd en ook niet verwerkt worden. Het enige land in heel Europa waar dit verbod geldt. Nog gekker: eenmaal aangebracht op de romp van je boot is er niets aan de hand. Kijkt er geen milieuambtenaar meer naar om. Knap lastig voor wie geen Hans Klok heet. Want er is geen directe vervanger met dezelfde eigenschappen en kwaliteiten. Wat te doen? Deze zomer naar Belgie, Duitsland of Engeland varen? Maar op een walbeurt in de vakantie zit de familie niet te wachten – en ik ook eigenlijk niet. Los van de extra kosten.
Van zo’n ‘paarse krokodil’-situatie wil m’n journalistieke bloed altijd graag meer weten. Stuit ik op een herhaling van het koper-polderdrama van de afgelopen jaren? (Ja, koperhoudende antifoulings mogen nu immers weer…). Dus International bellen. Tja, die zitten er ook mee. Maar de aanvraag voor toelating (in andere landen is een melding voldoende) is wel gedaan bij het CTB in Wageningen. Een zelfstandig bestuurorgaan – zoals dat tegenwoordig heet – vol knappe koppen dat zich buigt over bestrijdingsmiddelen en die de verfproducent zulke moeilijke vragen blijkt te stellen over hun goedje, dat de antwoorden niet eens meer de goede vakjes bereiken.
In 2008 zou er in Europa éénheid in het verbod op bepaalde bestijdingsmiddelen moeten gaan gelden. Heeft dit met de traagheid te maken? Uiteraard het CTB gebeld. Krijg je een aardige wetenschapper aan de lijn die Trilux tegen het licht van VROM-oekazes houdt. Tja, voor een denker op hoog niveau zijn een ministerie en een verfproducent al snel storende factoren. Hoewel van warme sympathie vervuld krijg ik niet de indruk hier op te schieten. De boot moet over een maandje wel het water in.
Toch nog maar even VROM bellen. Ik dreig onze boot op een dieplader te zetten, om de boot net aan gene zijde van de grens vol Trilux te smeren. “O is dat zo? Dat klinkt inderdaad absurd… Maar ja, wij hebben als land decennia terug voor meer dan een meldplicht gekozen. Dit soort uitzonderingsgevallen is geheel conform de Europese wetgeving. Wij verwachten akkoorden omtrent bestrijdingsmiddelen op produktniveau over een jaar of tien à twaalf…”
Ik mail een zaak in België of ze me een litertje of tien Trilux kunnen opsturen. Ja, dat doen ze graag. Heb het gevoel dat de overheid de misdaad – want Trilux-smeren kan uitlopen op een economisch delict – zowat uitlokt. Alleen Europa wanneer het uitkomt. Het gezond verstand is soms moeilijk te vinden. Zijn al die Duitsers en Belgen die thuis om de hoek te goeder trouw een potje antifouling kopen en het in Friesland en Zeeland op hun boot smeren nu milieu-delikwenten?
Ik denk ook aan mijn vraag aan VROM of er misschien rekening wordt gehouden met het feit dat 10 liter van middel A dat vier jaar meegaat, het milieu na vier jaar toch minder zou kunnen belasten dan 4 x 10 liter van middel B, dat elk jaar gesmeerd dient te worden. 10 liter versus 40 liter. Het antwoord? Nee, daarmee wordt geen rekening gehouden. Het gaat om de stoffen die in de antifouling zitten. Kunt u dit geloven? Ik hoop maar op een misverstand teneinde het geloof in een overheid met zelfstandige bestuursorganen te behouden…
Maar voorlopig nog lang geen oplossing voor wie zich aan de wet wil houden. Wat wij nu gaan smeren? Ik kan het u niet vertellen.
Met vriendelijke groet,
Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

Reageer