EU-richtlijnen voor dieselmotoren plezierjachten te ingewikkeld voor handhaving

“Het is een zooitje”, verzucht de man. Hij is ondernemer in merk-scheepsdiesels. “Wie zich aan de regels houdt, wordt links en rechts ingehaald door ‘handige partijen’, die creatief omgaan met de ingewikkelde regelgeving (of deze helemaal aan hun laars lappen) en allerhande scheepsdieseltjes op de markt dumpen. Soms gedwongen door de gewijzigde regels om hun eigen faillissement te voorkomen. En als er nu gehandhaafd werd….”

Wie zich op dit moment een beetje verdiept in de wereld van de kleine dieselmotoren voor plezierjachten, ziet snel de zwarte wolken die erboven hangen. Dieselmotoren in boten, moeten voldoen aan de Wet Pleziervaartuigen 2016 gebaseerd op de complexe Europese emissienormen vastgesteld in 2013. De eerdere bepalingen en normen (Richtlijn 94/25/EG en 2003/44/EG) zijn in 2013 herschreven en staan te boek als Richtlijn 2013/53/EU (ook wel RCD-2). Producten die aan de eerdere eisen voldoen mochten tot 18 januari 2017 in de handel worden gebracht (voor bepaalde buitenboordmotoren geldt 18 januari 2020). Richtlijn 94/25/EG was eigenlijk al ingetrokken sinds 18 januari 2016, afgelopen jaar was een overgangsjaar. Je kunt dus niet zeggen, dat de industrie en handel verrast kunnen zijn door de maatregel.

Maar de praktijk is weerbarstig. En de regelgeving complex. De HISWA Vereniging heeft ‘gezien alle vragen’ ter verduidelijking al in juli 2016 een algemeen bericht over alle mogelijke boot-motorcombinaties gepubliceerd. Deze wierp op haar beurt weer zoveel – vaak – merkgebonden vragen op, dat groothandel Allpa op 15 februari jl een aparte brief heeft doen uitgaan om de specifieke situatie rond haar Solé scheepsdieselmotoren per model te verduidelijken. Het is een ratjetoe van grijze gebieden en regels. Deze houden weinig rekening met de praktijk van zowel de ondernemer met zijn voorraad, als met het gedrag van de consument, die toe is aan een nieuwe motor, die misschien maar enkele tientallen uren per jaar zal draaien. Een goedkope ‘foute motor’ kopen, die een half jaar geleden nog aan alle eisen voldeed, zal weinig schuldgevoel ten opzichte van het milieu opleveren. Eerder het gevoel van ‘handig geregeld’.

Voorraden kunnen tenslotte altijd wel eens langer blijven staan, dan gehoopt en de bedoeling was. Een paar jaar geleden kon het nog wel eens interessant lijken om te investeren in een partijtje Indiase of Chinese dieselmotoren. Maar als de watersportmarkt het dan toch weer laat afweten, ben je als ondernemer wel met de gebakken diesels komen te zitten. Dan kun je je verlies nemen, of ze alsnog proberen te verkopen. Maar in het laatste geval bega je sinds 18 januari met dieselmotoren zonder geldige CE-markering wel een ‘economisch delict‘. En dat levert zo maar een strafblad op. Als fabrikant of importeur moet je zelf zorgen dat je handelswaar de juiste CE-markeringssticker opgeplakt krijgt. In Nederland valt de Wet Pleziervaartuigen onder het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Die heeft de uitvoer en naleving uitbesteed aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Op haar beurt heeft deze in Nederland drie bedrijven aangewezen die pleziervaartuigen en hun motoren mogen keuren om CE-markeringen te verstrekken.

Maar als je nu met die ‘verouderde’ motoren (zelfs al hebben ze nog nooit gedraaid) in je maag zit, kun je ze volgens Europese wetgeving ook elders in Europa laten keuren. Daar waar – laten we het voorzichtig zeggen – zaken soms wel eens minder strict en strak worden geregeld, dan in Noordwest-Europa. Wat hierbij niet helpt, is dat volgens de uitlaatemissievoorschriften van de 2013/53/EU richtlijn de nieuwe dieselmotor sinds januari aan zoveel eisen moet voldoen (onderaan in de bijlagen), dat er gemakkelijk wel eens iets over het hoofd kan worden gezien… Bovendien schijnt de ILenT z’n handen al vol te hebben aan handhaving in andere markten. Voor de pleziervaartuigen zou de handhaving volgens de ‘niet-frauduleuze’ ondernemer dan ook wel eens wat strakker mogen. Of eigenlijk veel strakker, want nu lijken maar weinig overtreders er iets van te merken.

Voorlopig zal de uitvoer en handhaving van Wet Pleziervaartuigen 2016 vast een probleem blijven. Als handhaving met een paar automerken en scooters al niet goed lukt, dan zal het met de kleine scheepsdiesels nog veel minder slagen. In verhouding tot andere segmenten is de watersportmarkt natuurlijk ook maar klein. Komt bij dat veel merken wel een goedgekeurd motorblok hebben (vaak nog van dezelfde fabrikant ook, Mitsubishi of Kubota), maar de rest van de motor grondig verschilt. “Dan komt er een container dieseltjes uit het Verre Oosten, waarop ze goedgekeurde filters draaien, en wordt de boel zo verkocht,” beweert een verkoper van dieselmotoren, die al jaren in het vak zit. “Buiten het zicht van de handhaving om. De consument denkt dat alles klopt, maar in werkelijkheid is het een rommeltje. Sommigen maken daar bewust misbruik van.”

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

Deel met Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInEmail this to someone

Eén gedachte over “EU-richtlijnen voor dieselmotoren plezierjachten te ingewikkeld voor handhaving”

  1. Prachtig verhaal, maar waarschijnlijk geschreven voor dieselmotorenverkopers. Als leek en gewoon bootjesvaarder snap je hier niets van. Jammer, want met een paar feiten, eisen aan nieuwe dieselmotoren, had een gebruiker misschien iets kunnen begrijpen van dit jargon voor juristen onder elkaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *