De Rotterdamse ‘stopover’ van de Volvo Ocean Race roept na de dood van VOR-deelnemer Hans Horrevoets dubbele gevoelens op. Hoe ga je daarmee om? Is dit verkennen van de uiterste grenzen tussen materie, mens en elementen – laten we ‘t houden op Formule 1-zeilen – een onverantwoorde flirt met de dood of een inspirerende sport die de mens zichzelf opdraagt om ervan te leren?
Ik heb gemakkelijk schrijven, maar denk uiteindelijk toch het laatste. Meestal kunnen we de intensiteit van krachtmetingen met onze omgeving wel een beetje regelen. Van een plaagstootje, speels stoeien, tot een robbertje vechten en een georchestreerde strijd met goede afloop. Maar helemaal regelen doen we het nooit. Dat weten we. Wie zijn grenzen wil verleggen, gaat een avontuur aan. Begint al zodra je voor het eerst in je leven met een bootje wegvaart. Een ongeluk schuilt immers in een klein hoekje. Ook op een rustig IJsselmeer stierf vorige week woensdag een zeiler. ‘Omdat hij een boterhammetje wilde pakken, zich stootte aan de giek en ongelukkig viel…’ Voor niemand een reden om de Friese kust niet meer te bezoeken.
Geldt wel: hoe scherper de snede, hoe groter de voldoening, maar ook hoe groter de kans dat het mes meedogenloos snijdt en het drama vergroot. Het lot trof zodoende uitgerekend de man die het gevaar kende en zich inzette voor veiligheid aan boord, uitgerekend een sympathiek mens, uitgerekend de coach die mensen persoonlijk raakte en inspireerde, uitgerekend de man die nog een keer vader gaat worden. Uitgerekend Hans Horrevoets, die extra gemist zal worden. Absurd, maar geen mens die er iets aan kon doen. Het was dit keer echt op het scherpst van de snede dat de krachtmeting plaatsvond. Het was het grensgebied tussen mogelijk en onmogelijk, waarin de race terecht kwam. Dan weet je het nooit.
Een zeilfestijn waarin een slachtoffer van kaliber is gevallen en zowat een hele bemanning ten onder ging, roept automatisch van die dubbele gevoelens op. In Rotterdam zullen gevoelens van sensatie, medelijden, nieuwsgierigheid, onmacht, droevenis, respect en trots elkaar afwisselen. Misschien komen er zelfs wel méér mensen, dan anders het geval geweest zou zijn. Zo kunnen die dingen immers werken (..), maar is dat erg?
Want zei Horrevoets niet voor het vertrek van de eerste etappe: “Ja, het kan gevaarlijk zijn, maar wát als we niet zouden zeilen? Dan zou het leven saai zijn, en zou je kunnen omkomen in een auto-ongeluk.” Ziet u er dus een gepast en inspirerend zeilevenement van te maken. Zonder de Rotterdamse ‘stopover’ zou die week in juni immers zoveel saaier zijn.
Met vriendelijke groet,
Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

Reageer