In de haven wil je geen fluisterstille generatoren horen

Op je boot autonoom je eigen boontjes kunt doppen, draagt bij aan je gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. Bevrijd van de wereld, gaan en drijven we met ons comfort, waar we maar willen, en zolang we maar willen. Tegelijk neemt het verbruik van mobiele energie steeds meer toe. Of het nu gaat om de boordcomputer, de televisie, de boiler, de watermaker, het 12volt koffiezetapparaat, of voor mijn part alle smartfoons van de hele bemanning, ze lurken allemaal gretig aan de beschikbare amperes.

Onze energiehonger buiten de deur is nu zo onverzadigbaar, dat de ‘mobiele energie-markt’ booming is. Niet alleen duurzaam met zonnecollectoren, windmolens, en watergeneratoren, maar ook met zogenaamde ‘fluisterstille’ en compacte mini-generatoren op fossiele brandstof. Populair om je hybride sloep wat verder te laten varen of om met je ‘zelfgedraaide’ kilowatt-uurtjes goedkoper uit te zijn, dan bij de havenmeester op de steiger…

Tegelijkertijd is het gebruik van generatoren door binnenvaart- en passagiersschepen aan de wal in Amsterdam en Rotterdam inmiddels verboden en zijn de boten verplicht walstroom af te nemen. Overdreven? Ik denk het niet. Wanneer fluistert een generator nu echt? Het vorige seizoen werd ik ongewild ervaringsdeskundige. En door die ervaring denk ik nu, dat ook het gebruik van generatoren in jachthavens wel eens om nieuwe regels zou kunnen vragen. Het voorval.

We liggen op een zonnige dag in onze eigen haven, wanneer er een fraaie Pikmeerkruiser de box naast ons binnenschuift. Gezellig, buren… De passant wordt bemand door grootouders met zoon of schoonzoon, die – amper tussen de palen – zijn jonge kinderen luidkeels probeert te vermaken met een zwempartij, zelfs al heeft die nieuwste generatie daar totaal geen zin in. Daarbij probeert hij ze ook nog op te voeden. Even luidkeels. Afijn, zo’n herkenbaar tafereeltje, waarvan je oprecht vindt dat het moet kunnen, maar dan liever wel een paar ligplaatsen verder. De televisie brengt rust…

Zondagochtend om halfnegen – we rekenen op een rustig ontbijtje in de kuip – ruimt de buurman z’n walstroom op en lijkt het vertrek aanstaande. Wat een mooie stille motor! Maar als na een kwartier niemand aanstalte maakte de trossen los te gooien, en het motorgepruttel desondanks aanhoudt, begint het mij te dagen. De boot ligt doodleuk stroom te draaien in de haven. Ook zo’n handige generator gekocht, die – als je ‘m eenmaal hebt – goedkoper stroom levert dan de ‘sep key’-paal op de steiger. Zeker voor een paar uur, omdat je toch denkt te vertrekken en de niet-universele sep-key (een mooi, maar onvolgroeid systeem) misschien al is ingeleverd.

De schipper is nergens te zien. Dus vraag ik op een assertief moment aan zijn vrouw ‘waarom ze in de haven stroom draaien, en geen walstroom gebruiken’. Ze antwoordt dat ze ‘daar geen flauw idee van heeft…‘ (..), maar het aan haar man zou vragen. Resultaat was dat het motortje een paar minuten later ophield met stilletjes grommen. Het antwoord op mijn vraag heb ik nooit gekregen. Twee uur later waren ze weg.

De steeds compactere, stillere en goedkopere generatoren zijn ideaal voor wie in alle eenzaamheid dagen voor anker wil liggen, lange reizen maakt of voor wie even iets heeft te klussen. Je ziet ze steeds meer. Maar je hoopt toch niet, dat deze mobiele stroomproducentjes als algemeen goed via de hybride sloepen hype ook stilletjes de Nederlandse jachthavens binnensluipen. Daarvoor maakt zelfs de nieuwste generatie ‘fluisteraars‘ gewoon nog te veel lawaai. Hopenlijk zullen ook jachthavens niet te lang wachten het gebruik van die dingen aan banden te leggen. Want in de haven houdt dat mooie gevoel van vrijheid gewoon nog steeds op bij de buren. ’t Is niet anders.

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

Laat een bericht achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X