De nieuwe waterrecreant versus de wereld van Kapitein Rob

Het was in de vorige eeuw, begin jaren zestig. Onze zomervakantie van drie weken op Terschelling zat er op, en we zouden ons net inschepen op de hypermoderne Friesland, toen mijn vader een kennis ontwaarde. Waar? In de voor mij onpeilbare diepte van de kade van het havenplein op West – het moet laag water geweest zijn – lag een ranke houten zeilboot met kajuit. In de kuip een man die omhoog moest kijken om ons te zien, een vrouw, wat kinderen. Temidden van een afwasteiltje, vaatwerk en handdoeken over de railing. Het bootje lag direct achter de Friesland afgemeerd (er was nog geen jachthaven, die kwam in de jaren tachtig). Mijn moeder vond het maar ‘zigeuners’, zelf was ik onder de indruk.

Onder de indruk en jaloers. Onder de indruk van de durf van mijn vaders studiegenoot en jaloers op het avontuur van die familie. Het waddenzeereisje op de Friesland degradeerde in mijn beleving in één klap tot een kleinburgerlijk uitstapje. Het was de tijd dat ‘vertrekkers’ nog niet of nauwelijks bestonden en de watersporter van het kaliber zeezeiler nog avonturier was. Het was nog een beetje de tijd van Kapitein Rob, zijn zeilschip ‘De Vrijheid’ en Het geheim van de Bosplaat. Een zeiler met een schipperspet, een pijp, en een turende blik op de einder ‘om als eerste een passerend schip of weersverandering te ontwaren’.

Ja, het was de tijd, dat de watersporter nog een sportman of sportvrouw was. De tijd dat de watersporter nog correcte manieren had, de vlag-etiquette hanteerde, en beleefd groette. Sommige oudere watersporters willen wel eens heimwee naar die tijd ontwikkelen. En ik moet u bekennen, ik heb daar zo nu en dan ook last van. Ach ja, de leeftijd van ‘de goede oude tijd’. Een hinderlijk ouderdomskwaaltje. Hinderlijk, omdat de watersport een weerspiegeling is van de maatschappij. En die verander je niet even. De boot van nu heeft alles van een drijvende geluidsinstallatie, keilt onbesuisd over het water, en vaak nog op alcohol ook. Als je er iets van zegt, kun je in het gunstigste geval een grote bek krijgen. Goed, ik overdrijf en generaliseer. Maar omarmt de oude garde waterporter de ‘nieuwe watersporter’ wel genoeg? Of sterker: zijn we wel begripvol en vergevingsgezind genoeg?

Het is opmerkelijk, hoe juist dankzij alle corona-beperkingen er de laatste maanden veel boten verkocht zijn aan nieuwe ‘waterrecreanten’. Dat wil zeggen boten met een waarde tussen de 10.000 en 50.000 euro. Hoewel dat toch hele bedragen blijven, hoor ik ook zeggen, dat deze verse booteigenaren bij uitstek ‘helemaal geen watersporters zijn…’. Hiermee bedoelt men dan watersporters van het oude stempel. Het zouden opportunisten zijn, die uit pure verveling een boot kopen. Om het toch ‘leuk te hebben’ in eigen land, omdat ze even niet een stedentripje kunnen boeken, of all inclusive naar het Zuiden kunnen vliegen. Zeg maar ‘luxe recreanten’. Mensen die hun aankoop volgend jaar op de trailer of in de haven laten vergroenen, om toch weer in die zilveren vogel te stappen.

Inderdaad ja, dat zou kunnen. Maar er zullen er zeker ook zijn, die het deze zomer zo naar de zin krijgen, dat ze lekker blijven doorvaren. Geen kapitein Rob copieën, maar wel schippers die er op lijken! Of gaan lijken, want een bootje leren schipperen kost ervaring, dus tijd. En soms schade en schande. Want zonder ervaring kun je nog wel eens een andere boot raken, of harder raken dan bedoeld. Geen gemakkelijk moment om begrip voor de leerling-schipper op te brengen, als je eigen boot daarbij betrokken is. Maar zo hebben we het allemaal moeten leren. Over een aantal decennia kunnen de brokkenmakers van nu hun schipperservaring zo weer doorgeven aan een volgende generatie. Het blijft een geschiedenis van boten, water, wind en mensen, die zich herhaalt.

Wie had dat gedacht? Een herwaardering van de plezierboot, dankzij het coronavirus! Alle reden tot blijdschap rond deze wedergeboorte. Al dan niet tijdelijk en ongeacht of de kersverse schippers nu opportunistische bootjeskopers of bewuste watersporters zijn. De maatschappij zit zestig jaar na kapitein Rob nu eenmaal anders in elkaar. Ook op het water. Aanhoudende heimwee naar ‘die goede oude tijd’ leidt tot niets en riskeert de geestelijke gezondheid maar te schaden. De wereld verandert en watersporters veranderen mee. Gelukkig maar! (Neemt niet weg, dat herinneringen aan het verleden een melancholieke stemming kunnen opleveren, die je ook als prettig kunt ervaren…)

NB
Zoals bekend houdt Nauticlink in juli een zomerstop en verschijnt de volgende ‘Net Ontdekt’ eind augsutus. Ik wens u een mooie, en – meer dan ooit – gezonde zomer en een behouden vaart!

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

22/06/2020

3 gedachten over “De nieuwe waterrecreant versus de wereld van Kapitein Rob”

  1. Zo juist een pracht weekje en een mooi tochtje Enkh.-Texel-Tersch.-Texel en ivm. verwachte harde O-wind via Kornwerd terug naar Enkhuizen..
    Op de heen weg IJsselmeer een aanvaring met Bav.38 voorkomen (ondanks bakb. en aanroep) geen reactie…(mijn bootje 25 ft. )…..telefoon was belangrijker??)
    Van de nieuwe generatie zeilers mag je geen groet meer verlangen als je binnen duidelijk zichtafstand elkaar tegen komt….blijkt al te vaak.
    Maar het toppunt van hufterigheid afgelopen vrijdag in de Dove Balg meegemaakt: een beginnend tegenstroompje een paar mijl voor de Lorentz sluis. Al een tijdje een groot jacht als oploper, alleen grootzeil (klapperend). Opeens mijn vrouw: de fok gaat omhoog en hij probeert bovenlangs te komen, doet ie ook – een 53 ft. Rassy-Halberg- werkelijk 4a5 m. afstand, 1 grote luwte en mijn bootje onbestuurbaar loeft wat op, waarop een soort Trump figuur niet te herhalen verwensingen schreeuwt, afiin kijk maar beetje “white Lives”naar hem en zie als ie voorbij is een regelmatige plok water uit z’n uitlaat….Ditzelfde wordt herhaalt en 1/2 nM. voor ons met een klein jachtje, vlak daarna zien we bij de “grote jongen”de fok inrollen en een grootzeil verdwijnen (druk op de knop??) in de mast.
    ‘T was druk in de sluis, toen we daar uurtje later voor de brug kwamen was onze jongen druk aan het voor-achteruit positie innemend voor de brug opening en na groen net niet als eerste, 2 jachten lieten zich niet voordringen maar wat nu komt acht je toch echt voor onmogelijk- net voorbij de deuren gaat de rem erop, 4-tal jachten protesterend snel bakboord uit en door-; ik kan als laatste erbij maarrr vlak achter Trump die als een heerser eerst z’n vrouw met moeilijke pikhaak en dikke lijn kennelijk niet goed d’r werkje doet, posteert zich daarna breeduit op het grote achterdek en jawel wil duidelijk een tirade gaan afsteken.
    Gedachtig de vroegere (misschien nu nog?) toestanden bij Stavoren zijn vrouw en ik maar ff in de kajuit gekropen en hadden bootje gelukkig nog goed aan de lijn toen “meneer” wegvoer en gelukkig niet als buurman zijn anker liet uitbrengen bij de tussenstop voor Makkum.
    ‘k vaar toch al zo’n 50 jr.,eigen: zompige 16m2,Vaurien,Pampus, zeilende woontjalk Hoop op Zegen,vissermanaak LE3,; maat(inval)Kaat Mossel,Deinemeid van bekende Jan Bakker, wedstrijd crew Swanregatta Cork, Cowes bij Rem Schuit en laatste tijd heel veel verschillende wedstrijdjes bij EWVA in Enkhuizen.
    Als het ff mis gaat tijdens een wedstrijd, ja, leer je vaak heel veel nieuwe woorden;
    is ook daarna meestal zo weer met wat alcohol opgelost -hoewel er bij een van de meest opmerkelijke aken zeiler, ons aller zaliger Tim v. Rootselaar nog wel eens moest worden gewacht op een uitspraak van de zeilraad- wie het langst wacht….enz.
    Maar de supreme horkerigheid..van de grote RH,( en heus,- voor de Swan evenementen te Cowes wisten bepaalde omhoog gevallen oud ijzer boeren zich ook best te laten gelden-), is hopelijk niet de tendens voor de toekomst op het water.( al vermoed ik dat 53 ft. bootje de 106 ft. van de nabije toekomst zal blijken te zijn.
    hmm, hoop het nu van me afgeschreven te hebben…….

  2. Het water is van ons allemaal en dat werkt alleen als we iedereen een beetje meenemen. Dikke nekken, diepe zakken, vriendelijke mensen, rustzoekers, pretmakers, je vind ze allemaal. Zelfs met mijn kajak kreeg ik vanuit een luide speedboot een biertje aangereikt; ‘je zult het wel warm hebben!’. Ik denk dat het een zegen is dat er weer geïnvesteerd kan worden en dat bootjes weer wat waarde behouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *