De Volvo Ocean Race is niet een eerlijke wedstrijd

De pitstop in Scheveningen was geslaagd. Een geoliede organisatie en indrukwekkende logistiek op een schaalgrootte, die de zeilsport in Nederland niet eerder had meegemaakt. En niet in de laatste plaats: de publieke belangstelling was massaal, tot de Koning aan toe. Maar is de Volvo Ocean Race wel een eerlijke wedstrijd met die zogenaamd gelijke boten?

Twee werkelijk gelijke boten heb je immers niet zo maar, laat staan een hele vloot. Verschillen in gewicht kun je nog compenseren met wat lood op één plaats, maar verschillen in vorm, zelfs al vallen ze binnen de ‘boxmaat’ zijn veel lastiger vast te stellen. En toch zijn ze er. Op een olympische baan is de afstand en duur van de race zo gering, dat deze verschillen tussen boten ‘sportief verwaarloosbaar’ zijn. Maar hoe zit dat in de Volvo Ocean Race?

Kenners weten dat twee composietproducten uit dezelfde mal nooit honderd procent dezelfde zullen zijn. De schaal van de romp van verschillende boten zal nooit op alle plaatsen tot op de micrometer overal even dik zijn. Dit kan minuscule spanningen opleveren, die de romp of delen van de romp ‘onzichtbaar’ doen torderen of golven. En wat gebeurt er als je het dek op de romp plakt? En los van hun profielen, de roerbladen en kiel kunnen nooit volmaakt identiek zijn gemonteerd en ook de hoek waaronder ze werken kan minimaal verschillen. Ook al controleer je ze honderd keer en voldoet de boot aan alle gedefinieerde parameters (er zijn er altijd meer). Voor dat laatste heeft de Volvo Ocean Race-organisatie uitgebreide VO65-klasseregels (PDF, pagina 10) opgesteld. Maar er is ondanks al die stricte bepalingen (zelfs het schuren en poetsen van de romp is omschreven) reden genoeg om aan te nemen, dat de boten toch nooit helemaal precies gelijk kunnen zijn. En dan laten we de zeilen nog buiten beschouwing…

De hoofdreden waarom de organisatie van de Volvo Ocean Race dit jaar heeft gekozen voor een ‘eenheidsklasse’, was een economische. Het door elke deelnemer binnen bepaalde maten vrij laten ontwikkelen van de snelste boot leidde tot hoge kosten en beinvloedde het deelnemersveld in negatieve zin. Maar nu zitten we met een vloot, die op alle rakken zo gelijkwaardig is, dat oceaan racen met gebruik van AIS gewoon match racen is geworden in een compact veld. Het zou met ‘zo’n kluitje in de wind‘ alleen wel eens een oneerlijke vorm van match racen kunnen zijn. Een klein rekensommetje.

Een VOR-boot zeilt minimaal een totale afstand van afgerond 38000 mijl. Laten we het voor deze oefening eenvoudig houden en de gemiddelde snelheid op 15 knopen stellen. Dat is voor een VOR-boot A dus (38000/15) 2533,3 uur zeilen. VOR-boot B (‘met identieke bemanning en zeilen’) geven we vanwege bovengenoemde effecten een snelheidshandicap van 0,25 procent. Da’s niet veel, 2,5 meter verlies per 1000 meter zeilen, en lijkt me een realistische gok om mee te beginnen. Dan loopt boot B dus niet 15,0 maar 14,962 knopen, doet bijna 2539,7 uur over dezelfde afstand, en moet dus 6,4 uur langer varen. Er zijn negen etappes, dat is 42,6 minuten per etappe. In mijlen is het een achterstand van (6,4 x 14,96 knopen) bijna 95,74 mijl. Verdeeld over negen etappes is dat 10,63 mijl per etappe. Zelfs als u denkt, dat een verschil van 0,25 procent toch veel is, en deze halveert (1,25 meter achterstand na 1000 meter zeilen) komt u nog op een verschil van ruim 5,32 mijl of 21 minuten per etappe! Dit zijn grootheden, waarop de podiumplaatsen zijn verdeeld…

Kortom, Bouwe Bekking had gewoon de verkeerde boot! En bij het zeilen over dit soort gigantische afstanden lijkt een ‘eenheids’-klasse dan misschien wel eerlijk, in werkelijkheid is het toch minder eerlijk dan wordt gepresenteerd. Bovendien ben ik persoonlijk nogal gehecht aan zowel de menselijke prestatie, als aan het technisch vernuft. De winst-etappe van de ‘underdog’ SCA-vrouwen was veel spannender, dan de hele race om de eerste drie plaatsen. De vrijheid in materiaalkeuze in de IMOCA-klasse is toch echt iets, dat bij het oceaanzeilen hoort.

Op deze superlange afstanden is het eerlijker, wanneer iedereen weet, dat de boten ‘niet helemaal‘ gelijk zijn, dan dat aan iedereen wordt verteld, dat de boten ‘totaal gelijk‘ zijn, terwijl dit in werkelijkheid vrijwel uitgesloten is. De fopspeen van gelijkheid is wel handig voor de organisatie en sponsoren, maar maakt van de Volvo Ocean Race wel een ‘beetje oneerlijke‘ wedstrijd.

NB
Augustus slaan we weer over om zelf te varen, zodat de eerstvolgende ‘Net Ontdekt’ die van september is. Ik wens u een mooie zomer!

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

22/06/2015

3 gedachten over “De Volvo Ocean Race is niet een eerlijke wedstrijd”

  1. Een interessante redenering, een verschil van 0,25% op zo’n grote afstand leidt inderdaad tot aanzienlijke voordelen. Hierbij is echter verondersteld dat alle andere factoren gelijk zijn, waarbij het gaat om keuzes in de navigatie, stuurmanskunst, tactiek, enzovoorts. Ook daar geldt dat percentueel kleine verschillen tot grote effecten leiden. Het net iets beter trimmen van de zeilen kan ook zomaar 0,25% winst opleveren.
    De afstand van de race is hierbij totaal niet relevant. Ook bij een wedstrijd over een kleine afstand zijn alle effecten -relatief gezien- gelijk. Als het zin heeft over korte afstanden met eenheidsklassen wedstrijden te organiseren, dan geldt dat ook voor wedstrijden over langere afstand.
    Het grootste nadeel van wedstrijden in deze rigide opzet is wel dat de technische innovaties minder worden gestimuleerd; iedereen krijgt immers hetzelfde voordeel.

    Met vriendelijke groet,
    Frans Schrijver

  2. Hoewel ik ook denk dat er altijd minieme verschillen in eenheidsklasseboten zitten, denk ik dat het je het niet veel gelijker kunt krijgen dan de VO65’s.

    Je zou even goed kunnen zeggen dat Brunel een minder stijve boot had doordat ze meer mijlen hebben gevaren met hun boot. Ze waren er immers vroeg bij.

    Of dat de verschillen in belettering en stickers op de rompen voor- of nadelen oplevert. Wat zou de roze masttop van SCA extra wegen? Is gele verf lichter dan zwarte?
    En wat te denken van teamkleding; misschien is het vezeltje van Musto wel lichter dan dat van Gaastra.

    Nee, wat mij betreft zijn de boten gewoon gelijk, is het voor de zeilers leuker, voor de ontwerpwereld minder leuk en voor de toeschouwer soms saai, maar even vaak spannend.

  3. Ik kan niet geloven dat alle afwijkingen tov de standaard bij boot B van negatieve invloed zijn op de snelheid. Dat is altijd een verhaal van plus en min. Per saldo zal dit op nul uitkomen. Dan maakt de capaciteit van de bemanning zeiltechnische en qua navigatie dus het verschil.

    Groet Hans Slob

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *