Een oorlog is echt anders…

Willem Ruys, telg uit een beroemd Nederlands redersgeslacht en toenmalig directeur van de scheepvaartmaatschappij Rotterdamsche Lloyd, zat in de Tweede Wereldoorlog vanaf eind 1940 vijf maanden gevangen. Als voorzitter van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging ‘De Maas’ had hij geweigerd om het als ‘Wehrmachtsheim’ gevorderde sociëteitsgebouw, de boten van de vereniging, en die van haar leden af te staan aan de Duitsers. Van oktober 41 tot in januari 42 zat hij opnieuw vast. Nu op verdenking van contacten met een Engelse spion. En op 13 juli 42 werd hij als gijzelaar (..) voor de derde maal gearresteerd. Met fatale afloop. Tien dagen voor zijn 48-ste verjaardag is Willem Ruys op 15 augustus 1942 in het bos bij Goirle gefusilleerd als represaille voor een aanslag door het Rotterdams verzet.

Ik kom hierop, na wat bladeren in een jaarboek van de ‘Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereniging’ (KNZ&RV), dat ik ooit tweedehands kocht. Ruys bleek namelijk ook ‘commissaris’ bij deze oudste watersportvereniging van ons land, die aan de wieg heeft gestaan van zowel de Roeibond als het Watersport Verbond. Nu huist de vereniging in Muiden, maar tot 1953 was de Amsterdamse Sixhaven de eigen thuishaven van de ‘Koninklijke’. Ruys zat in het bestuur van de KNZ&RV terwille van een goed contact met ‘zijn’ Rotterdamse zustervereniging.

Dit jaarboek is een inhaal-jaarboek en beslaat de jaren 1942-1949 om de simpele reden dat zo’n publicatie in de Tweede Wereldoorlog verboden werd. Voor wie kort na die tijd geboren is (als je jonger bent realiseer je je niet hoe kort…), blijven de eerste weken van mei onwillekeurig beladen. Al was het om je voor te stellen hoe je ouders die jaren destijds beleefd moeten hebben. Zo belandde ik dus door een mix van persoonlijke interesses in de oorlogsverslagen van de huidige ‘Koninklijke’.

Het in 1948 gepubliceerde memoriam van Ruys zegt veel over de tijdsgeest: ‘Ruys werd slachtoffer van de moordlust van de bezetter, wiens verachtelijke geest zich hier op zijn duidelijkst openbaarde…’ Ook de vereniging zelf heeft veel te verduren gekregen, hoewel het opvalt hoe men steeds weer naar een oplossing zocht om maar ‘niet bij de pakken neer te zitten’. In 1941 ontnam de bezetter het predicaat ‘Koninklijk’ van de vereniging. We lezen: ‘In vele opzichten werden de bezigheden der vereniging ernstig belemmerd door de voorschriften der bezettende macht.’ Het begon met een verbod de nacht aan boord door te brengen. Kort daarop werd ‘de hele Zuiderzee verboden voor de vaart van jachten’.

De verenigingsactiviteiten verplaatsten zich in 1941 noodgedwongen naar het Bloemeneiland aan de Westeinder Plas. Hier werden ‘steigers bijgebouwd, meerboeien gelegd, slaapplaatsen gecreëerd, werd het buffet ingericht en voorzien van een goede kastelein (..), een havenmeester benoemd (de onvolprezen Henk) en de clubzaal gemeubeld’. Onder primitieve omstandigheden vond zo op 14 juni de eerste ‘van een lange serie nationale oefenwedstrijden’ plaats. Steeds voor Draak- en Valkjachten, maar soms ook voor de Regenboog, sharpie- en Olympiajollen-klasse. Van feestelijkheden rond deze activiteiten kon echter geen sprake zijn.

In 1942 en 1943 kunnen nog zeilwedstrijden worden gehouden, tot – samen met W.V. Loosdrecht – een ‘Holland Week’ aan toe. Ook worden er op het Bloemeneiland zeilkampen voor de jeugd georganiseerd. Er vinden zelfs wedstrijden plaats ‘voor kruiserjachten volgens de voorschriften van de Royal Ocean Racing Club’. Een gewaardeerd surrogaat voor de zeewedstrijden. Maar van roeien op de Amstel komt het niet meer. Voorzitter Crone belandt voor enkele weken in het concentratiekamp Amersfoort. We lezen: ‘Hoe wij door deze moeilijke tijd heen zullen komen, weten wij niet, maar wij kunnen ten dien opzichte vol vertrouwen zijn voor wat betreft de kracht en levensvatbaarheid van onze oude vereniging…’

In 1944 komt het bevel dat de Westeinder Plas van boten ontruimd dient te worden, en is het ook met de zeilwedstrijden gedaan. Een jaar zonder wedstrijden blijkt in het jaarverslag een unicum ‘sinds het cholerajaar 1866 (..) en het oorlogsjaar 1870’. De roeiwedstrijden zijn sowieso onmogelijk geworden vanwege ‘de slechte voedingstoestand van de roeiers, als ook door de ongewenstheid om vele jongelieden bijeen te brengen, als het ware voor het grijpen door de Duitse slavenjagers’.

Je vrijheid verliezen. Vluchtige overeenkomsten met ons corona-heden tekenen zich onwillekeurig even af. Om direct weer te verdampen. Want het is geen vergelijk. De ‘beknotting’ van onze corona-samenleving staat in geen verhouding tot het betalen van de hoogste prijs, omdat je je verenigingsgebouw en boten niet wilt afstaan aan een bezetter. Waarmee de tragiek van Ruys was begonnen. Tja, wie meent, dat corona ons van onze vrijheid zou hebben beroofd, ziet heel wat over het hoofd. Zo kunnen wij nog altijd het vrije water op. Om maar eens iets te noemen. En ook nog met een volle maag (..). Een mooie mei-maand!

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
opstapper van Nauticlink

23/04/2021

6 gedachten over “Een oorlog is echt anders…”

  1. Ik ken de Willem Ruys alleen als prachtig passagiersschip. Wie Willem Ruys was heb ik nooit geweten. Nu wel. Bedankt voor dit verhaal.
    Groet Henk

  2. Bert,

    Heel terecht jouw artikel. Mijn tenen krommen elke keer als ik mensen hoor zeggen, dat hen de vrijheid door de Corona maatregelen zou zijn ontnomen.
    Anton Schiere

  3. Bert,
    Bedankt voor je mooie verhaal vol met historische weetjes, die ik lang niet allemaal kende. Je verhaal past wonderwel in deze tijd. Mijn complimenten.

    Koert Huizenga

  4. Beste Bert,
    Interssant artikel, leuk om te lezen. Die beperkingen kunnen wij ons niet voorstellen daar is Corona, hoe akelig ook voor ieder die het treft, niets bij.
    Lieke Kuijper

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *