Kaap Grote Opluchting

Als de Vendée Globe voor zeilers gelijk staat aan het beklimmen van de Mount Everest voor bergsporters, dan staat het bereiken van de top van die berg gelijk aan het ronden van Kaap Hoorn. Het stormt daar op de grens tussen de Grote en Atlantische Oceaan 200 dagen per jaar en omdat deze kaap het zonder continentaal plat moet stellen, beuken de golven van de open zee deze rotspunt met al hun grootheid en kracht. Kaap Hoorn wordt vaak het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika genoemd, maar dit is eigenlijk ten onrechte. 60 mijl ten zuidwesten van deze fameuze plek met niet meer dan een bemande vuurtoren, kapel, woonhuis en monument voor omgekomen Kaap-vaarders (met het tot de verbeelding sprekende albatros-silhouet), ligt nog het minuscule eilandengroepje Diego Ramírez, dat ook tot Chili behoort.

Sinds 2 januari heeft de huidige Vendée Globe een heel pakket verse solozeilers voor de eerste maal bij Kaap Hoorn gebracht. Een markerende prestatie. Meer kun je als zeiler niet bereiken. Want na Kaap de Goede Hoop en Kaap Leeuwin spreekt onder zeevarenden het ronden van dit illustere stukje land voor Tierra del Fuego (Vuurland) toch het meest tot de verbeelding. Het in zicht krijgen van ‘dé kaap‘ brengt de beloning voor het overleven van de Roaring Forties en het respect van de zeilersgemeenschap. Met weersomstandigheden, die nergens ter wereld zo snel kunnen omslaan, en een deining die uit verschillende hoeken komt. Ja, in vergelijking met zulke grilligheid lijkt de rest van de oceanen wel ‘een makkie’…

Kaap Hoorn is de plaats van de emotionele ontlading. Omdat iedere zeiler in meer of mindere mate en al dan niet heimelijk toch zijn angsten behoudt. En misschien zelfs wel koestert. De intense belevenis van een uitdaging, die goed uitpakt. Al in de tijd van de laatste Kaap Hoorn-klippers (video), maar ook nog steeds in deze Vendée Globe-eeuw (video’s). Het moment van de boeg te kunnen wenden in de richting van de eindbestemming. Van west naar oost ontsnapt aan de verlatenheid van de zee op z’n gruwelijkst, ontlaadt zich een onbedwingbaar ‘bijna thuis-gevoel’, ondanks de nog ruim 7000 mijl tot Europa te gaan. De wetenschap dat je na deze ronding pas écht meetelt, vergoedt al het doorstane afzien.

Op 29 januari 1616 vonden de Nederlanders Willem Cornelisz Schouten en Jacob le Maire in dit verlaten landschap een vrije westelijke doorvaart naar Azië. Een ontdekking die vier eeuwen later een plaats in het ‘Canon van Nederland‘ heeft verdiend. Schouten noemde de rots op het zuidelijkste puntje van het eiland naar zijn geboorteplaats Hoorn. Kennelijk ook ingegeven door de eenzaamheid en emotie, zo ver van huis. Vlak daarvoor had le Maire met ‘Straat le Maire‘ (Le Maire Strait) al de iets noordelijker gelegen doorgang bij Stateneiland (Isla de los Estados) op zijn naam mogen zetten. Ondanks het gevaar van de zee heeft menig Noord-Amerikaan in het verleden gebruik gemaakt van de scheepvaartroute via Kaap Hoorn. Voor de komst van de First Transcontinental Railroad (‘Pacific Railroad’) in 1869 en het Panamakanaal (1914) was de Kaap-route een relatief veilige en betaalbare optie – zeker met vracht – om van New York naar San Francisco te komen. Met name voor gelukzoekers in de Gold Rush (vanaf 1849).

Dicht bij huis kennen we de Nederlandse Kaap Hoorn-vaarders, een stichting die de herinneringen aan de grote zeilvaart levend wil houden, en de ronding van de Kaap ziet als het hoogtepunt van zeemanschap. Voor dat laatste valt zeker wat te zeggen. Maar hoewel eigentijdse Nederlandse Kaap Hoorn-vaarders door de stichting netjes worden beloond met het predicaat van ‘erkend Kaap Hoorn-schipper’ – een trofee voor de schipper en een gedenkpenning voor de eventuele bemanning (hier is de lijst PDF) – heeft deze club zich toch vooral gericht op het verleden en de tijden van de roemruchte windjammers, theeklippers, en ‘Graan Races’ vanuit Australië naar Engeland in de 19de en begin 20-ste eeuw. Eric Newby schreef als opvarende van de ‘Moshulu’ over de laatste volwaardige Graan Race in 1939 een indrukwekkend boek, waarin de omstandigheden aan boord nog absoluut 19de eeuws aandoen. Dit boek kent ook een Nederlandse vertaling.

In Frankrijk bestaat de ‘Cap Horn au Long Cours’-vereniging (CHLC), die met vrijwilligers de site www.caphorniersfrancais.fr wil voorzien van alle mogelijke documentatie, archieven, en foto’s uit de tijden van de grote zeilvaart. Er valt onder ‘recherche’ wel wat te vinden (zoals schepen en namen van bemanningsleden), maar om nu te zeggen dat de passie er van afspat, nee. Met de zo’n 80 leden tellende vereniging van Kaap Hoorn-pleziervaarders is het niet beter gesteld. Deze is na bijna 25 jaar in 2019 opgeheven.

Gelukkig bestaat er in het Verenigd Koninkrijk nog de International Association of Cape Horners. Een vereniging van ‘zeevaarders’ die tijdens een solo zeereis van minimaal non-stop 3000 mijl Kaap Hoorn onder zeil hebben gerond. Deze bevat een mooi register van alle solozeilers die aan de eisen hebben voldaan. Ter ondersteuning van dit initiatief kun je ook ‘gewoon lid’ worden, zónder de Kaap te hebben gerond. Kost wel 20 Engelse ponden per jaar. Maar dan hoor je er in je hoofd toch (een beetje) bij…

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
opstapper van Nauticlink

18/01/2021

Eén gedachte over “Kaap Grote Opluchting”

  1. Wisten jullie dat de bemanning van de haringlogger TECLA niet zo lang geleden de kaap hebben gerond? Misschien Gijs en Jet eens interviewen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *