Niks mis met mensen met een boot in de haven

Een haven vol jachten is op mooie dagen nogal eens goed voor schampere opmerkingen. Boten die de haven niet uitkomen, worden door jan-en-alleman gezien als verwaarloosde luxe. De decadentie van verwende mensen. Sterker nog: bootbezitters, die nauwelijks varen, staan te boek als rijke lui die waarschijnlijk niet deugen. Eerlijk gezegd, heb ik dat in het verleden ook wel eens gedacht. Maar het blijkt een onderwerp, waarover je in de loop van de tijd, anders kunt gaan denken.

De één geeft nu eenmaal z’n verdiende geld – en soms meer – direct weer uit, terwijl de ander maandelijks iets opzij weet te leggen. Wie met een modaal inkomen geen 15.000 euro voor z’n huwelijk uitgeeft, geen 20.000 euro voor een nieuwe keuken, geen 4.000 euro per jaar aan een jaarlijkse vakantie, een tweedehands autootje rijdt, het zonder smartphone met te veel bep-minuten stelt, kortom: van jongs af aan sobertjes leeft en een spaarzaam bestaan leidt, kan op z’n 35-ste al een aardig bootje kopen. En tien jaar later nog een paar meter er bij. Onderhoud en liggeld betaal je vervolgens van je verse spaargeld en je vakantiegeld. Want op vakantie ga je natuurlijk alleen nog maar met de boot. Wat voor de één een oersaai bestaan is, is voor de ander een leven met een doel.

Blijft een feit dat de vruchten van al die ontberingen vervolgens doelloos in een haven lijken te dobberen, zónder hun eigenaar kennelijk veel te zien. Ik denk dat in een gemiddelde haven maar zo’n kwart tot één vijfde deel van de boten in het weekend vaart of bevolkt is. Hoe ik bij deze constatering kom? Gewoon door zelf ook eens een representatief weekendje in de haven door te brengen. Het Hemelvaartweekend om precies te zijn. Het blies van de planeten. Nu ja, voor ons doen dan, want wij zijn niet zo van die ’25 knopen en meer’-types. Kwam bij dat ik me niet zo heel senang voelde vanwege een verkeerd barbecue’tje de vorige avond. Dus wat doe je dan als ‘groot-boot bezitter’? Inderdaad je blijft rustig op je plaatsje liggen en bekijkt de waterwereld eens met een passieve blik uit de kuip.

Dit zou mij onder andere omstandigheden sikkeneurige momenten hebben kunnen opleveren. Ik ben er namelijk zo één, die nooit ‘een rondje voor de haven’ wil varen, maar altijd van A naar B om daar te overnachten. Maar deze keer had ik daar weinig last van. Het gaf eigenlijk wel een ongekend ontspannen gevoel. Het gevoel dat niets moet. Je maakt je al liggend wijs, dat goed zeemanschap je verhindert het ruime sop te kiezen. Het bewijs voor dit alibi vormt kanaal 16, waar het de hele middag bal is. De KNRM komt nauwelijks meer van het water af.

En wat er al niet gebeurt in zo’n haven… Blijkt dat ook anderen in eigen haven net zo aanmodderen bij aanleg of vertrek, als dat ’t je zelf nog steeds kan overkomen na twintig jaar varen. Zeker met wind op de zijkant. Je volgt een fuut, die zwemt met een jong op haar rug. Waarom doet zo’n fuut dat nu wel, maar een eend niet? Dat is toch een wonderlijke kwestie. En hoe weet dat kleintje nu, dat-ie geacht wordt op haar rug plaats te nemen? Levensvragen die je je bepaald niet stelt, wanneer je met luid klapperende zeilen op een wild dobberende boot een rif aan het steken bent. Kortom, ons ligpartij in de haven leverde een heerlijke middag op.

Geen greintje last van schaamte voor dit havengenot. Thuis blijven is toch anders. Op deze mooie dag, waarop hoogstens een kwart van de boten was vertrokken, stond de ruime parkeerplaats wel mudje vol. Het hele systeem is er kennelijk ook op ingesteld, dat niet al te veel mensen actief gebruik maken van hun boot. Stel je voor, dat al die ligplaatshouders tegelijk zouden komen opdagen!

Het zit volgens mij zo: je hebt mensen die een boot hebben om te varen, mensen die hun boot als drijvende caravan gebruiken en je hebt mensen, die een boot hebben voor het gevoel. De laatsten om te dromen, dat ze op elk moment kunnen vertrekken naar exotische oorden, maar dit meestal niet doen. Met het feit dat de niet-vaarders dus een ruime meerderheid vormen, is niets mis. Wie kan iets hebben tegen medeburgers, die een bootje nodig hebben voor het voeden van hun fantasie of het geluk tussen de oren?

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

27/06/2011

4 gedachten over “Niks mis met mensen met een boot in de haven”

  1. Boten die de haven niet uitkomen zijn een probleem van verenigingshavens. Waar activiteiten worden georganiseerd en geacht aan mee te doen, zoals toertochten, wedstrijden e.d. Het verenigingsbestuur wil het goedkoop opbergen van deze boten dan ook ontmoedigen. Maar het gaat te ver om te zeggen je bent verplicht om mee te doen. Het is een dilemma, de geit of de kool te sparen.

  2. Je bent nog een belangrijke groep vergeten dat zijn de mensen die altijd op een boot aan het klussen zijn.Ik breng 3 maanden per jaar op het water door en de overige tijd besteed ik aan onderhoud of ik verander gewoon weer wat.Elk voorjaar zeg ik dan ik verkoop mijn boot,te duur te veel onderhoud.Maar wat een genot zo,n boot als er iemand op de kade zegt,mooie boot meneer.

  3. En er zijn mensen die dolgelukkig zijn met een 7 mtr. Friese Zeeschouw op de Nieuwkoopse plassen en 5 minuten van de jachthaven, te pas en te onpas voor een half uur of een paar dagen en alles wat daar tussenin zit, het water en de prachtige natuur opzoeken om, of op de diesel of zeilend, te ontsnappen uit de hektiek van het drukke leven. We varen als het ons uitkomt, niets moet. Heerlijk…… en onze kinderen en kleinkinderen hebben het virus ook al een tijdje te pakken (maar die moeten nog leren dat een boot kopen niet zo’n kunst is maar hem onderhouden iets meer inspanning kost en ook dat is leuk).
    Al ben ik dan geen grootzeiler, ik deel je gevoelens…mooi!

  4. Mooi stukje Bert!
    Ik herken de neiging om een oordeel te hebben over watersporters die weinig varen. Maar “beleven”en dromen is een belangrijke voorwaarde voor een beetje gelukkig leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *