Een platbodem en een scherpjacht

Varen met een zeilboot: wat zijn de kosten?

Wat zijn eigenlijk de specifieke (meer-)kosten van een zeilboot? Daar kijken we naar in dit artikel. We kunnen meteen stellen dat ‘een zeilboot’ een wel heel ruim begrip vormt. Een Optimist van nog geen drie meter brengt een totaal ander kostenplaatje met zich mee dan een kajuitjacht of een platbodem.

Er zijn kostenposten die specifiek zijn voor een zeilboot, kosten die je niet of minder tegenkomt als motorbootbezitter. De zeilen zijn natuurlijk de belangrijkste kostenpost voor een zeilboot; een grootzeil en meerdere voorzeilen. Na de aanschaf moet je die na een aantal jaar of een aantal vaardagen laten repareren en uiteindelijk vervangen. En er zijn meer onderdelen aan slijtage onderhevig. Een zeilboot heeft een mast en stagen die onderhoud en soms vervanging vergen. De mast en stagen worden trouwens het staand want genoemd, met lopend want worden alle vallen en schoten aangeduid, de lijnen aan boord. 

Kosten voor zeiluitrusting

Op een zeilboot zijn de kosten voor de persoonlijke uitrusting hoger. Er wordt wat sportiever gevaren en ook met slecht weer staat of zit de bemanning buiten. Goede zeilpakken hebben een prijs. Bij de uitrusting hoort ook een goed reddingsvest. Tenslotte hebben de meeste zeiljachten een kaartplotter met bijbehorend navigatiesysteem met een netwerk voor gegevens over wind, water en snelheid van de boot. Deze kaarten moeten jaarlijks worden vernieuwd. Ook hier zijn kosten aan verbonden.

Navigatie-kaarten moeten jaarlijks worden vernieuwd.

Tot 1.000 euro per meter

Laten we ook nog even kijken naar de kosten die elke booteigenaar tegenkomt. Eerder haalden we op Nautic Link dit voorbeeld aan: stel we kopen een jacht van 25.000 euro van tien meter. Voor het varen moeten we zo’n 50 euro per dag rekenen, dus bij een vakantie van 14 dagen zijn reiskosten en onderdak geregeld voor 700 euro. De kosten voor de eigen vaste ligplaats komen op zo’n 1.700 euro. De winterstalling kan voor 800 euro, maar staat de boot lekker binnen dan betalen we nog een keer het zomertarief. De winter is de tijd van het onderhoud, maar de prijs hiervan varieert per jaar. Verzekeringen bedragen zo’n 7% van het totale budget. 

Racen voor de bui uit. Dergelijke unieke momenten op het water zijn een herinnering voor het leven.

Tellen we alle kosten bij elkaar op, dan zouden we kunnen stellen dat de kosten van een boot van 10 meter zo’n 6.000 euro per jaar zijn. Grotere schepen zijn relatief duurder, reken op een 1.000 euro per meter. Kleinere schepen leveren minder kosten op (500 euro per meter). Meer over de algemene kosten van een boot lees je hier.

Wedstrijdzeilen

De extra kosten voor een zeilboot hangen af van het gebruik van de boot. Gaat het om een toerboot of om een wedstrijdjacht? Binnen de wedstrijdboten zijn er ook weer verschillen. De open boten zijn ingedeeld in klassen. De meeste zeilers beginnen in een Optimist. Dan schuiven ze door naar een kleine zwaardboot als de Flits of de RS Feva. Een Flits kost tussen de 800 en 2.500 euro. De RS Feva kost in gebruikte staat 6.250 euro, inclusief strandtrailer maar zonder wegtrailer. 

De kinderen hebben dan nog geen wetsuit en zwemvest (samen 300 euro). Staan we eenmaal in de watersportwinkel dan moeten er natuurlijk ook een zonnebril, pet, handschoentjes en speciale zeilschoenen komen. En het duurdere zwemvest is natuurlijk weer net iets cooler. In de koude maanden wordt er ook wedstrijd gezeild. Dan is een goed zeilpak of een droogpak nodig (rond de 400 euro).

Na de jeugdklassen is het tijd om te kijken naar de kosten van een grotere zeilboot. Blijven we in de moderne RS-lijn dan lopen de kosten op tot 17.000 euro voor een tweemans zwaardboot RS400 of de ultieme skiff RS800 vanaf 24.000 euro. Een gebruikte wedstrijdvalk kost tussen de 3.500 en 8.500 euro. Een stuk goedkoper dus. Voor de koningsklasse op de wedstrijdbanen, de Regenbogen betaal je tussen de 22.000 en 45.000 euro voor een tweedehands boot. De aanschaf van een wedstrijdboot of bootje is een flinke uitgave. Maar de tweedehandsbotenmarkt is redelijk stabiel, vaak kan een boot later voor een vergelijkbare prijs worden verkocht. 

Een Flying Dutchman kan al voor onder de 2.000 worden aangeschaft.

Inschrijfgeld voor zeilwedstrijden

Om deel te nemen aan wedstrijden, moet er inschrijfgeld worden betaald. Bij de Sneekweek, van oudsher het grootste wedstrijd-zeil evenement van ons land, betaalt een jeugdbootje 9 euro per dag. Een tweemansboot 17 euro en voor een viermansboot is het inschrijfgeld 25,50 euro per dag. 

Een evenement als een Sneekweek brengt naast inschrijfgeld meer kosten met zich mee. Er zijn reiskosten om in Sneek te komen en ter plaatse heb je kosten voor kamperen of overnachten elders. Kraan of helling-geld is vaak inbegrepen bij het inschrijfgeld.

Aan het deelnemen aan evenementen zijn dus wel kosten verbonden. Toch zijn die niet extreem hoog. En je krijgt er een unieke ervaring voor terug. Alleen wedstrijdzeilers weten hoe intens en spannend een zeilwedstrijd kan zijn. Maar ook hoe vermoeiend het is om met een team meerdere uren tot het uiterste te gaan. Door de pijn heen te hangen. Of pas na afloop een spinnakerrak om durven kijken om het hele eind met honderd procent concentratie de spi te kunnen trimmen en te reageren op elke golf of winddraaiing. De sport kost wel veel tijd. Wie een weekend wedstrijd gaat zeilen, vertrekt vaak vrijdagavond en is zondag laat thuis.

Racer-cruiser

Naast de ‘open boten’, zoals de wedstrijdboten zonder kajuit worden genoemd, zijn er in ons land talloze wedstrijden voor zeiljachten. In de zomer zijn er de wekelijkse ‘woensdagavondraces’, kleine evenementen en grote wedstrijden zoals de North Sea Regatta, Ronde om Noord-Holland en de 24 Uurs Race. 

Er is in ons land maar een klein deel echte race-jachten. De meeste wedstrijdjachten vallen in de categorie racer-cruiser. Dat wil zeggen: een schip dat geschikt is voor wedstrijden met een race-crew, maar ook om met het gezin mee op vakantie te gaan (cruisen). De boten zijn van binnen afgewerkt met veel teakfineer en zijn voorzien van zware boilers voor een warme douche en grote water- en dieseltanks. Een economische overweging die aan de ene kant afbreuk doet aan de sport, maar die ook zorgt voor grote wedstrijdvelden. Gelukkig is het racer-cruiser principe gevat in duidelijke regels. 

De J-109 is een voorbeeld van een racer-cruiser.

De kosten voor een wedstrijdjacht zijn natuurlijk hoger. Een klein wedstrijdjacht is al te koop voor rond de 25.000. De prijzen lopen op tot meerdere tonnen. Een groot maar gebruikt wedstrijdjacht kost rond de zeven ton. Er wordt ook veel wedstrijd gezeild met platbodems, zoals Lemsteraken. Nieuw kosten deze zeilboten meer dan een miljoen euro. Gebruikte schepen koop je voor de helft of nog minder.

Kosten van de zeilen

Een set wedstrijdzeilen kan ook flink in de kosten lopen. De prijs is afhankelijk van het materiaal en de manier waarop de zeilen worden vervaardigd. Zeilen die uit één stuk bestaan zijn het duurst. Een grootzeil van 40 meter die met deze 3D techniek op een mal wordt gemaakt kost 6.000 euro. Eenzelfde zeil van laminaat kost 5.000 euro en is het zeil van Dacron, dan zijn de kosten 4.000 euro. Voor een fok (32m2) zijn de prijzen respectievelijk 4.000, 3.000 en 2.500 euro. Een spinnaker van ripstop nylon van 80m2 kost 2.500 euro (bron: boek Zeilen wedstrijdgids).

Toerzeilen

Een groot deel van de bovenstaande kosten van wedstrijdzeilers heeft een toerzeiler natuurlijk niet. Zeilers die geen wedstrijden varen, kunnen voor de goedkoopste versie van de zeilen kiezen. Toevallig zijn dit ook de sterkste zeilen. Ze blijven minder lang in de ideale vorm, maar je kunt er prima jaren mee zeilen. 

Dit bericht is geschreven door Klaas Wiersma, onafhankelijk watersport journalist voor Nauticlink. Wil je reageren op dit bericht? Laat hieronder een reactie achter of stuur Klaas Wiersma een e-mail via nieuwsdienst@nauticlink.com of contact hem via linkedin

Flessenpost

Je wekelijkse watersport update

X