Nauticlink | getijden Rijkswaterstaat | getijdenklokken | getijdenlinks | hoe het werkt | contact |  

getijdebewegingen

hoogwater en laagwater... hoe komt dat nu?

Op veel plaatsen is de aarde verpakt in een laag water. Deze laag - zee of oceaan - kleeft aan de aardkost dankzij de aantrekkingskracht van onze planeet. Maar de aarde is niet het enige hemelslichaam in onze omgeving. Ook de maan trekt in haar constante baan om de aarde aan het water. Heb je ook nog de zon. Veel groter dan de maan (wel 27 miljoen keer zo groot), maar op veel grotere afstand (wel 389 keer zo ver) en daardoor toch een minder krachtige speler. Deze drie draaiende hemellichamen - twee planeten, d.i. aarde en maan, en één ster, d.i. de zon - die aan elkaar trekken, zorgen dat de laag water op Moedertje Aarde systematisch klotst. Wanneer het water naar één gebied wordt getrokken, noemen we dat hoog water of vloed, wanneer het water hierdoor elders juist weg stroomt, spreken we over laag water of eb. Samen 'het getij', afgeleid van het woord 'getijden'. Want het stijgen en dalen van het water volgt de regelmaat van de klok. Zo is het in Nederland doorgaans twee keer per dag vloed en twee keer per dag eb. Het hele jaar door. Onvermoeibaar.

Twee maal per dag
 Hier rechtsboven ziet u hoe de maan het water van de aarde naar zich toe trekt, zowat 'opzuigt'. Er ontstaat daardoor recht onder de maan 'een hoge golf'. Niet zo maar eentje, maar één over honderden kilometers. Aan de tegenoverliggende zijde van de aarde hoopt zich tegelijkertijd ook water op. Dit wordt veroorzaakt door het draaiende onevenwichtige 'koppel' van maan en aarde en de hiermee samenhangende middelpuntvliedende kracht. Omdat de aarde zelf ook nog in z'n geheel naar de maan getrokken wordt, en de waterlaag door haar losse 'gladde' massa iets achterblijft bij de beweging van de aarde, wordt deze er in feite vanaf 'geslingerd', en hoopt het water zich daar aan de kant het verst van de maan dus ook op. Loodrecht op deze vloed-as, staat de eb-as. Precies: daar is het laag water! Omdat de aarde in 24 uur om haar as draait, is er twee keer per dag hoogwater: één maal recht onder de maan en één keer als de maan 'aan de andere kant' staat.

Dagelijkse verschuiving
Omdat de maan in de tussentijd ook weer een stukje verder is gevorderd in haar maandelijkse baan om de aarde, schuiven de 'hoogwaterplekken' dagelijks een stukje op. Het duurt 24 uur en ongeveer 50 minuten voordat de maan weer loodrecht boven dezelfde plaats 'als de vorige dag' staat (waar de maan dan weer het sterkst aan het water trekt, d.i. waar het hoogwater is). Zo schuift dat moment van hoogwater dagelijks vanzelf 50 minuten op.

Springtij en doodtij
Behalve de maan, draagt ook de zon haar steentje bij in dit water-krachtenspel. Maar bescheiden, want de 'trekkende' kracht van de zon is vanwege de afstand tot de aarde beperkt. De zon staat namelijk 389 keer verder van de aarde dan de maan. Dankzij de zon kennen wij wel springtij en doodtij. Bij springtij staan maan, zon en aarde in één lijn. Deze situatie doet zich twee keer per maand voor bij volle maan of nieuwe maan. Zon en maan trekken beide vanuit dezelfde richting aan de waterlaag op aarde. De vloed die dan optreedt, is groter dan normaal, terwijl het eb lager dan normaal is.

Logischerwijs zou je denken dat springtij precies valt bij volle maan (dus: als aarde, maan en zon in elkaars verlengde staan en je de hele maan verlicht ziet door de zon) of bij nieuwe maan (dus: als de maan vanaf de aarde gezien volledig is afgeschermd van belichting door de zon). Maar springtij doet zich voor een paar dagen ná volle maan of ná nieuwe maan. Dit komt doordat de getijdebewegingen op grote afstand van onze kusten ontstaan en de vloedgolf enkele dagen de tijd nodig heeft om onze stranden te bereiken.


Op het plaatje hiernaast zie je precies de tegengestelde situatie, waarin zon, maan en aarde in een driehoek van negentig graden staan en zon en maan vanuit verschillende richtingen aan al dat water op aarde trekken. Dankzij deze onderlinge 'tegenwerking' van beide planeten is de vloed op deze momenten kleiner dan normaal, 'doodtij' genaamd. Ook dit verschijnsel treedt tweemaal per maand op.

Hoger, lager en extreem
Het verschil tussen hoog- en laagwater kan van veel zaken afhangen. Structureel bepalen de bodem en de kustvorm de hoogte verschillen en het verloop van het getij. Op de Noordzee komt een groot gedeelte van de 'hoogwatermassa' uit het Noorden, een klein gedeelte via het Kanaal uit het Zuiden. Die twee bewegingen die elkaar tegenkomen voor de Hollandse kust, verklaren wel het verschijnsel dat het niet keurig overal '6 uur afgaand en 6 uur opkomend water' is (zie de tekening hiernaast). Ondanks bovenstaande komt voor de Hollandse kust het hoogwater toch uit het Zuiden op ('het stroomt naar het Noorden'). De ebstroom naar het Zuiden, is zwakker omdat het afgaand tij langer duurt.

Incidentele verschillen op één plaats ontstaan door windrichting en windkracht. De wind kan het water metershoog opstuwen. Bij de Wadden is het niveauverschil tussen eb en vloed onder normale omstandigheden ongeveer 2 meter. Aan de Hollandse Noordzeekust is het 1,5 meter en aan de Belgische Noordzeekust is het bijna 4 meter. Terwijl het tijverschil in grote, diepe oceanen doorgaans beperkt is tot een niveauverschil van 0,5 tot 1 meter. In bijna volledig afgesloten zeebekkens zoals de Middellandse Zee of de Baltische Zee is het getijverschil nog kleiner (ca. 30 cm).

Maar het kan anders... Vooral in baaien en zeearmen. Het wereldrecord is in handen van de Bay of Fundy nabij Nova Scotia (Canada): tijverschillen van 18 meter! Rond de Mont Saint-Michel in Normandië ziet men het zeewater de baai binnenstormen met een zeer hoge snelheid (tot 65 meter per minuut!). In no time wordt het water daar de baai in geperst en stijgt het tot een hoogte van zowat 15 meter.

Allemaal wetenschap...

De Engelse fysicus Sir Isaac Newton (1643-1727) slaagde er in zijn boek' Principia' als eerste in de wetten van de zwaartekracht te doorgronden: "In het heelal trekt alles elkaar aan, met een kracht die recht evenredig is met het produkt van hun massa's en omgekeerd evenredig is met het kwadraat van de afstand tussen beide".

Het leidde tot twee conclusies:

  • hoe groter de voorwerpen en hoe dichter bij elkaar, hoe sterker de aantrekking.
  • de afstand is belangrijker dan grootte.
Newton bedacht het allemaal zonder computer en zonder internet...

© Nauticlink | Contact