De stille vleugelrevolutie en het ‘draagvleugelvaarbewijs’

Bent u een America’s Cup kijker? Zo niet, dan kunt u hier nog zien, wat u live gemist heeft. En de finale kunt u nog live beleven ook! Het is dit keer een zinderend spektakel, waaraan dit keer geen einde lijkt te komen. Die wedstrijd heeft mij tot dit jaar nooit kunnen boeien, maar ik moet toegeven, dat ik er met deze 34ste editie toch anders tegenaan kijk. Grote vliegende zeilmachines met minuscule mannetjes, die elkaar in het kruisrak bij een snelheid van tegen de 35 knopen in een bakboord-stuurboord situatie proberen te duwen. Een bijna kapseis-crash in de achtste race maakte het feest van snelheid, tactiek en gevaar compleet.

Er is veel gepraat over match racen als kijksport. ‘Dat wordt het nooit’, heb ik gezegd. Maar nu is het toch ’t kijken waard geworden. Dankzij de miljoenen van Larry Ellison. Dankzij de AC72 catamarans, dankzij de live camera’s en microfoons aan boord, en dankzij de hydrofoils. Dankzij de techniek dus. O ja, en dankzij de zeilers. De namen van de coole schippers Jimmy Spithill en Dean Barker beginnen impact te krijgen. Ben Ainslie vergroot zijn roem als ‘Oracle redder’. ‘Foiling’, ‘liften’ en ‘hydrofoils’, zijn nu de buzzwords van het moment. Terwijl die vleugels toch geen nieuw idee zijn.

Want het hydrofoil-principe van de Italiaanse uitvinder Enrico Forlanini en de Britse scheepsontwerper John Thornycroft dateert van rond 1900. Sindsdien experimenteert het Westen er al mee. Aanvankelijk met name voor marine-doeleinden. De voormalige Oostbloklanden waren halverwege de vorige eeuw ook al vroeg met de ontwikkeling van draagvleugelboten als rivierboot en veerboot. Sinds 1998 bewijst de Fast Flying Ferry tussen Amsterdam en IJmuiden, dat deze Voskhod-boten ook goed over het Nederlandse water kunnen vliegen. Een ongelukje daargelaten.

De kleinzeilerij kwam als eerste in de greep van de hydrofoils. ’t Begon eind vorige eeuw met de herboren ‘foiling’ International Moth, die zich als snelzeilend hydrofoil dinghy (tot snelheden van meer dan 30 knopen) zelfs ontwikkelde tot de eerste ‘hydrofoiling class‘. Heb je ook nog de Windrider Rave, een leuke ‘recreatie trimaran’ met ‘T-foils’ en kans op snelheden tot 40 knopen…! Afhankelijk van het gewicht van de bemanning komt dit ontwerp al uit het water bij 8 (50 kilo) tot 14 knopen (180 kilo) wind.

Er is zelfs een hydrofoil kano, kijkt u hier maar eens en nog gekker een hydrofoil wakeboard en kiteboard. Wat we nu nog missen is een ‘foiling’ motorboot en speedboot. O nee, zijn er ook al: de motorboot (een 24 voets Bayliner) en de gepatenteerde Zweedse Foiltwister (-75% brandstof – filmpje). Inclusief de oplossing voor de voortstuwing (cavitatieproblemen en hoe hou je de schroef in het water?).

Alleen maar goed voor het kleine werk? Niet in het minst! Ook de experimentele gigantische Franse trimaran Hydroptère, die in 2007 direct een snelheidsrecord zette, is ‘foiling’. En nu dan de America’s Cup met z’n foiling AC72 catamarans. Wie de video met uitleg bekijkt over de krachten (8-10 ton), die op hun kleine koolstof vleugels werken, begrijpt snel, waarom er honderd jaar overheen is gegaan, voordat deze foils hun werk goed konden doen. Het juiste materiaal (lees: koolstof) miste simpelweg. De enige beperking is nu nog de behendigheid van de mens.

Als de ontwikkeling van foils nu honderd jaar later tóch doorzet, zal de hoge snelheid van het toenemend aantal ‘vliegende vaartuigen’ in combinatie met een gebrek aan ervaring vast leiden tot meer ongelukken. Ja, misschien moeten we nog eens worden geschoold om te mógen ‘foilen‘ of ‘draagvleugelen’. Dan wordt het standaard vaarbewijs een suf papiertje en het ‘draagvleugel-vaarbewijs’ voor snelheden boven de 30 knopen een must.

Met vriendelijke groet,

Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

23/09/2013

2 gedachten over “De stille vleugelrevolutie en het ‘draagvleugelvaarbewijs’”

  1. ben benieuwd; als hydrofoils net zo’n rage als sloepen wordt, alleen met snelheden factor 10X of meer , gaat het echt nog leuk worden op onze meertjes.
    kijk zeilen was tot voor kort nog leuk; zie je tegenwoordig bijna niet meer, wel veel motorende zeilboten (een enkele zonderling tussen Bf 4 tot 5 daargelaten); dus in de categorie zeilers onder de huiken zit vast een heel potentiaal..
    zijn ze ff eerder in de haven…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *