Alle Nederlandstalige sites over boten, sloepen, zeilen en varen met motorboten

Start | Nieuw | Nieuwsdienst | Ontdekt | Site toevoegen | Premium Site toevoegen | U en Nauticlink | Adverteren




Een zeiltocht op de Nieuwe Meer in het oorlogsjaar 1942

Beschrijving

Bij dit filmpje hoort een verhaal, een fragment uit het dagboek van de maker van de film:

"Zaterdag 8 en zondag 9 augustus 1942
De afspraak die ik met mijn neef Aart Grotendorst[1] had om een film te maken van een tocht met z'n zeilboot, had er toe geleid dat we in dit weekeinde de omstandigheden gunstig achtten dit plan uit te voeren. Hij had me opgebeld naar De Standaard[2], of het me schikte hedenmiddag naar de botenwerf te komen tegen 2 uur. We zouden dan eerst vanmiddag een oriëntatie‑tochtje maken over de Nieuwe Meer opdat ik een indruk mocht krijgen van hetgeen er al zo kwam kijken bij het zeilen. Gefilmd zou er dan nog niet worden. De bedoeling was om de daaropvolgende zondag met zijn allen, dat wil zeggen m'n nichtje Annie[3] mitsgaders haar vriendin, Juffrouw Bus[4] het water op te gaan en hiervan een aantal geschikte shots op te nemen.

Mijn neef had die boot al enige jaren maar ik had het vaartuig nog nooit gezien, Ik wist dat hij hem had laten bouwen op een bekende Zaanse werf en dat het ding een bom duiten gekost had. Gezeild had Aart al jarenlang en dat gaf me het vertrouwen dat ik me met een gerust hart aan hem kon overgeven, hij verzekerde me dan ook dat ik geen enkel gevaar zou lopen. Zijn boot had een extra verzwaarde kiel en hij beweerde dat je er desnoods de Noordzee mee kon oversteken, het schip was volkomen zeewaardig. Tegen twee uur kwam ik aan de botenwerf en na enig zoeken en vragen naar schipper Grotendorst en boot „Harpoen", ontwaarde ik m'n geachte neef een heel eind verderop waar hij al druk doende was de Harpoen zeilree te maken. Nou, het was inderdaad een kanjer van een zeilboot, zwaar gebouwd en keurig in de lak, alles blonk en glom er aan. En zo stapte ik aan boord om ingewijd te worden in de eerste geheimen van de zeilsport. Ik had de filmcamera wel meegenomen teneinde uit te proberen waar ik aan boord de beste standpunten kon innemen, maar we wilden deze middag nog geen opnamen maken. Ik moest het wat zuinigjes aan doen met het filmmateriaal, 't waren de laatste spoelen met film van Gevaert die me ter beschikking stonden. Bernard[5] had me er op voorbereid dat ik er voorlopig niet meer op hoefde te rekenen nog iets te kunnen kopen; er zou geen filmmateriaal meer beschikbaar zijn voor particulieren! Ik werd deze middag volledig ingewijd in de handgrepen van het zeilen, hoorde allerlei vreemde benamingen en moest daadwerkelijk meehelpen bij het hanteren van het grootzeil, het hijsen van het fokkezeil en de edele kunst ven het laveren. Binnen het uur voelde ik me al bijna een volleerd zeiler... dat wil zeggen zolang neef Aart er bij was en met bekwame hand het roer bediende en op het juiste moment z'n bevelen gaf. Ik had al gauw in de gaten dat je bij het laveren als de donder moest oppassen dat je geen klap tegen je kop kreeg van de giek, waar het grootzeil aan vast zat. Wanneer die van bakboord naar stuurboord omkiepte want daar was geen menselijke schedel tegen bestand zoals m'n neef me voorhield. De boot had een ruime kajuit met een boel comfort en minstens drie slaapplaatsen en je kon je er makkelijk in bewegen. Het was maar goed dat er niet zo bar veel wind was die middag, zoiets wat de zeelui een labberkoelte noemen, en ik vermoed dat ik bij een stevige bries m'n lol best opgekund had! Nu ging het allemaal van een leien dakje en we zwalkten de Nieuwe Meer over van de ene oever naar de andere. Daar tussendoor, wanneer Aart de boot voor de wind liet gaan, had ik dan even gelegenheid om met de lege camera wat te experimenteren. Nu, er was leven genoeg in de brouwerij wat dit onderwerp betreft, ik was er van overtuigd dat er een beste film van te maken viel. 't was alles actie wat de klok sloeg en het eeuwig in beweging zijnde water met de talloze lichtschakeringen er over en het wolkenspel daarboven als een onuitputtelijke bron van inspiratie. „Kun je er nu ook mee op zee varen?" waagde ik hem te vragen. Aart bevestigde dat zijn boot volkomen zeewaardig was. „Alleen zou ik er dan wel m'n aanhangmotor bij moeten gebruiken om vooruit te komen bij windstilte", zo voegde hij er aan toe. Hij bleek dus ook nog over een motor te beschikken. Maar die was ergens veilig opgeborgen, daar mocht ie niet mee varen van de moffen en bovendien was er ook geen brandstof te krijgen. „We moeten trouwens toch een beetje oppassen hier in de buurt. De Duitsers hebben hier aan de andere kant van de plassen een commandopost liggen. Ze zitten de hele dag met kijkers over het water te loeren en het lijkt me beter dat ze die filmcamera van jou niet in de gaten krijgen!" Deze waarschuwing zou blijken niet geheel overbodig te zijn. Maar die middag was er gelukkig nog niets aan de hand, behoudens een sporadische collega‑zeiler was er een volmaakte rust op het water en we hadden alle ruimte om met vol zeil er vandoor te gaan, naar mijn lekenoordeel met een behoorlijke snelheid, al beweerde neef Aart dat dit nog helemaal niks was. Met een beetje flinke wind... dàn kon je pas wat beleven! De middag vloog om en voor ik het wist meerden we al weer af bij de steiger van de botenwerf. Afspraak was de volgende morgen om 8 uur present te zijn mèt film en een paar sneetjes brood voor onderweg, want het zou wel laat worden die dag.

Het zag er die zondagmorgen aanvankelijk niet bijster hoopvol uit wat het weer betreft, een bewolkte hemel, waaruit een dreinerige motregen viel. Toen ik bij de steiger arriveerde waren ze er al, neef Aart en de twee jonge vrouwen. Ze waren druk doende met het hijsen van de zeilen en ik had niet veel later moeten komen. Gelukkig klaarde de hemel een beetje op en ik had nog net even gelegenheid om een paar opnamen te maken van het in gereedheid brengen van de tuigage en het afvaren en voor de zekerheid maakte ik tegelijk ook een shot van het terugkeren en afmeren. Dat kon dan later aan het slot van de film gemonteerd worden. Na dit kort oponthoud staken we dan eindelijk van wal en ziedaar, nauwelijks waren we een kwartier buiten de haven of het wolkendek brak open en de lang verbeide zon zette volledig luister bij aan het waterfestijn, het werd nog een prachtige dag. Maar ook de wind zorgde voor de nodige afleiding en die nam later op de middag nog aanzienlijk in kracht toe zodat m'n neef opmerkte: „Nou gaan we pas echt zeilen..." Die dag werd voor mij wel een tamelijke belevenis, dit was nou iets dat zo geheel en al afweek van mijn geijkte levenspatroon en zo volkomen nieuw voor me was dat ik er al het andere bijna totaal door vergat. De beide meisjes, Annie en haar vriendin, ontpopten zich als twee zeer charmante gastvrouwen aan boord en zagen er verleidelijk uit in hun sportieve shorts en ik was maar blij dat ik zo verstandig geweest was om mezelf eveneens in luchtige vakantiekledij te steken. Ik had nu tenminste niet dat gevoel dat ik maar zo'n gelegenheids „opstappertje" was, maar er echt bijhoorde. Mijn nichtje had voortreffelijk voor de proviandering gezorgd en toen we een paar uurtjes rondgezwalkt hadden over het water werd er op uitgebreide schaal een picknick gehouden op een klein eilandje ergens midden in de Nieuwe Meer. Ze had voor koffie en broodjes gezorgd en we lieten het ons allemaal best smaken... mijn eigen boterham kwam er nauwelijks aan te pas!

In die tussentijd waren er al heel wat leuke shots opgenomen en ik moest mezelf geducht afremmen en me alle beperkingen opleggen om maar niet te veel raak te filmen. Ik had de grote Cine‑Nizo camera meegenomen met twee spoelen van 15 meter en daar zou ik het mee moeten doen. Aart wilde ook graag een opname vanaf de wal terwijl z'n boot recht op de camera aan voer en dan met een snelle manoeuvre de steven wendde. Nou, dat kon allemaal en zo werd ik dus teneinde dit evenement te vereeuwigen ergens op een eilandje aan wal gezet met de camera terwijl de Harpoen zich verwijderde en mij alleen achterliet. Het kostte me wel een paar natte voeten doordat ik van boord een fikse sprong moest maken om aan land te komen, een sprong die helaas niet volmaakt uit de verf kwam. Maar dat woog allemaal niet tegen de pret en de satisfactie die dat we een avontuurlijke dag hadden en er succesvol gefilmd werd. Na de middag omstreeks 12 uur begon de wind al strakker te blazen er dreven nog wat donzen wolken langs de blauwe hemel en nu kreeg ik eindelijk pas een idee wat je met zo'n zeilschip allemaal kunt beleven. Aart zette nu alle tuigage bij, het grootzeil bolde heftig naar één zijde en ook het fokkezeil wapperde klepperend mee en daar gingen we. De Harpoen begon nu vervaarlijk op z'n kant te hellen en we moesten met z'n drieën op de reling zitten om tegenwicht te geven. Ik dacht geen moment aan gevaar, in beslag genomen als ik werd door de verrukkelijke gewaarwording van het snelle voortbewegen over de schuim koppende golven van het meer, terwijl de wind nog steeds in kracht toenam Ik kan me niet herinneren ooit zó intens genoten te hebben van een tocht over het water. Toen het eindelijk een beetje al te gortig werd met de wind zei Annie: „Zeg broertje, zou je nou maar niet eens wat zeil minderen... straks leggen we òm voor je het weet en ik heb niet zoveel zin in een koud bad." Behalve Aart bleek niemand van het gezelschap behoorlijk te kunnen zwemmen! Het grootzeil werd nu neergelaten en slechts met het kleine fokkezeiltje ging het nu in wat rustiger tempo. Ik maakte m'n laatste opname, de camera gericht op het kielzog met de weerspiegeling van de zon over het water. We voeren nogal tamelijk dicht langs de oever aan de overzijde, toen m'n neef plotseling geagiteerd uitriep: „Pas op...! Weg met die camera... geef gauw hier!" We wisten zo gauw niet wat er aan de hand was, maar Aart pakte me het apparaat af en moffelde het bliksemsnel weg in de kajuit en borg hem weg in een van de kastjes, plaatste er meteen een manden waterkruik voor om de zaak te camoufleren. „De moffen komen er aan... ze hebben ons gezien, ze hebben het geratel van die filmcamera natuurlijk gehoord", zo riep hij uit. En verdraaid, het bleek geen loos alarm te zijn, er naderde met vrij grote snelheid een Duitse grijs geschilderde patrouille motorboot die kaarsrecht op ons afstevende. „Gewoon blijven doen...!" adviseerde m'n neef, „vooral geen paniek, misschien varen ze alleen maar een beetje voor de gein om ons aan het schrikken te maken...!" Nu, daar waren ze dan wel goed in geslaagd want ook de meisjes zagen de situatie met wat angstige blikken in de ogen aan. Niemand kon voorspellen wat die lui in de zin hadden en in hoeverre ze ons wat maken konden dat we aan het filmen waren. Volgens Aart waren we per ongeluk te veel in de verboden zone terechtgekomen in de buurt van die commandopost. Het zou best kunnen zijn dat ze ons verdachten van spionage of van het maken van geheime foto's van de situatie. We deden of we druk doende waren met de tuigage terwijl Aart zo ongemerkt mogelijk van koers veranderde om nog te proberen de motorboot met Duitsers te ontlopen. Maar die was oneindig veel sneller dan wij met ons enkele fokje op en voor we het wisten hadden ze ons te pakken. Ze naderden ons op enkele tientallen meters afstand. We konden hun stemmen horen, het waren kerels in marine uniformen van de Duitse Kriegsmarine. Ze beweerden dat die lui de beroerdsten niet waren. En dat bleek goddank nog waar te zijn ook. Ze brulden ons wat onverstaanbaars toe en Aart beantwoordde dat geroep met een luchtig „Ahoy.. ahoy!!" En daarop verstonden wij weer duidelijk zoiets al „guter Fahrt!... Wiedersehen." Ze draaiden met een flauwe bocht om de Harpoen heen en keerden naar hun post terug. Er was gelukkig niets gebeurd, maar een beetje geschrokken waren we toch wel van dit kleine incident.

Al met al draaide de klok intussen door, het was twee uur geweest en ik had er maar van afgezien om de Harpoen te gaan verlaten. Betty[6] zou die middag vergeefs op me wachten, ik zat hier letterlijk in het schuitje en moest meevaren tegen wil en dank. M'n nichtje wist niets af van het feit dat ik hier een vriendin had waar ik altoos trouw op bezoek kwam op de zondagmiddagen en ik voelde er ook niets voor om hen dat allemaal uit te leggen. Ik zou voor deze keer dan maar eens 's avonds naar haar toe gaan, dan kon ik Betty meteen uitvoerig vertellen over deze middag. Ze bleven we dan nog een paar uurtjes van hot naar her zwalken, totdat de meisjes er langzamerhand schoon genoeg van begonnen te krijgen. Op den duur raak je dan ook uitgekeken op de beperkte ruimte van de Nieuwe Meer, het zou best de moeite waard zijn om met zo'n boot het land door te kruisen en hier en daar waar het mooi was te overnachten. Aart beweerde dat hij er de laatste dagen wel eens over gedacht had om te proberen naar Engeland te komen met de Harpoen. „Die boot kan er best tegen en ik ben er zeker van dat ik zonder averij een Engelse haven binnen loop..." zo verzekerde neef Aart mij. „Maar het grootste gevaar zit 'm hierin dat je door de Duitse kustbewaking moet zien te komen... je komt nergens door de sluizen heen. De enige mogelijkheid zou zijn via de Nieuwe Waterweg of vanuit de Zeeuwse wateren en dan liefst op een maanloze donkere nacht... " zo voegde hij er aan toe. „Het moet al een paar maal gelukt zijn en ik zou er zelf veel voor voelen om ook een poging te wagen... vooral als de toestand hier slechter gaat worden. Maar dan moet ik wel samen met een tweede man van wal steken, want in je eentje is dat natuurlijk een gevaarlijke onderneming... Zou jij er wat voor voelen om mee te gaan en uit te wijken naar Engeland?" liet hij er met een polsend gebaar in mijn richting vragend op volgen. „Nou, dáár vraag je me even wat", antwoordde ik, „zoiets lijkt met een verdomd gevaarlijke onderneming toe en... ik geloof dat ik nu niet bepaald een held ben in dat soort waaghalzerijen... ik zou het alleen doen wanneer de grond me hier te heet onder de voeten werd of wanneer de moffen me zouden dwingen voor hen te vechten... ja, in zo'n geval zou ik geen moment aarzelen om met je mee te gaan!" Annie mengde zich nu ook in dat gesprek en merkte op: „Geloof maar gerust dat het hier steeds nijpender gaat worden... ze zijn nu nog met de joden bezig, maar als ze die allemaal te pakken hebben dan beginnen ze aan ons. Je zult er nog wat mee beleven, ik heb uit heel goeie bron gehoord dat ze nu al plannen hebben om alle mannen tussen de 20 en 40 jaar op te roepen voor werk in Duitsland en dat er al bedrijven hier in Nederland personeel hebben moeten afstaan... je moet er nu maar vast op bedacht zijn dat ze bij jullie op De Standaard eerdaags ook komen." Nu had ik in de afgelopen dagen bij ons op de Nieuwezijds Voorburgwal eveneens van dat soort geruchten kennis genomen. Er waren daar mensen die over het algemeen goed op de hoogte waren met hetgeen de Duitsers voor boze plannen hadden. Maar ja, dat wilde je allemaal niet zo voetstoots aannemen, we hadden toch immers een vakbond en bovendien kon het bedrijf ons toch niet missen? We hadden zelf nu werk in overvloed en dat moesten die Duitsers toch ook heel goed begrijpen! Neen, niemand van ons die daar voorlopig nog zwaar aan tilde. Maar m'n nicht stelde me plotseling een soort gewetensvraag. „Wàt zou jij doen als ze je opriepen om naar Duitsland te gaan? Zou je er gehoor aan geven of zou je weigeren?" Een moeilijke vraag... ik had tot nu toe geen aanleiding gevonden om daar intens over na te denken. Ik zag zoiets voorlopig ook in 't geheel niet in het verschiet liggen. Ik antwoordde dan ook: „'t Zou geen lolletje zijn als dat gebeurde maar ik zou niet weten wat ik anders moet gaan doen... er zou niet veel anders op zitten dan te gaan...!" „Je zou bijvoorbeeld ook kunnen onderduiken", merkte Annie op en ze maakte daarbij een gebaar met haar armen als van iemand die van een duiktoren afspringt. „Er zijn er zoveel die dat doen en ik ken mensen die daarbij helpen om jongelui uit handen van de moffen te houden." Ze zei het met iets nadrukkelijks in haar stem, alsof ze meer wist van dat soort zaken. „Als het ooit mocht gebeuren dat ze je aanwijzen om naar Duitsland te gaan... dan moet je eens met ons komen praten en ze wees daarbij zijdelings op de wat stille en bescheiden jonge vrouw naast haar, die toen toestemmend knikte. Ik begreep de situatie... m'n nichtje hield zich bezig met illegale activiteiten en haar vriendin, juffrouw Bus, was daar deelgenoot van. „Maar... mondje dicht!" voegde Annie er nadrukkelijk aan toe. Ik kon toen op dat ogenblik in de verste verte niet vermoeden dat ik op vrij korte termijn een beroep zou moeten gaan doen op de medewerking van dit tweetal! Het leek toen nog tè absurd om daaraan te geloven. Maar dit zonderlinge gesprek aan het eind van deze verrukkelijke zeilmiddag leek verdacht veel op een inleiding tot ernstige dingen die te gebeuren stonden.

De tocht liep ten einde, rustig meerde de Harpoen af bij de werf. De zeilen werden keurig netjes geborgen, de spullen ingepakt en weldra voelden we weer de stevige ondergrond van de wal onder onze voeten. We gingen nog even de kantine binnen en dronken een koel glas bier om de dorst te lessen na al dat water. Annie vroeg of ik zin had om met hen mee te gaan naar hun huis toe en daar te blijven dineren, maar hoe aanlokkelijk dit voorstel ook mocht zijn, ik kon niet anders doen dan te bedanken onder voorwendsel dat ik deze avond ergens heen moest. Ik bedankte voor de bijzonder spannende en prettige dag en beloofde zo spoedig mogelijk de resultaten van de filmopnamen bekend te maken.

's Avonds bij Betty had ik heel veel te vertellen en ze was één en al oor. Ze had zich wel een klein beetje ongerust gemaakt over m'n wegblijven die middag maar ze gaf me groot gelijk dat ik het er eens van genomen had en geen spelbreker had willen zijn voor de anderen. Ik vertelde haar alles over de zeiltocht en ze genoot er zichtbaar van mee. Maar wel vermeed ik met haar te spreken over de vertrouwelijke mededelingen die ik van mijn nichtje had verkregen omtrent de hulp aan onderduikers. Het besef was in me ontwaakt dat je niet voorzichtig genoeg kon zijn met het spreken over dit soort aangelegenheden."

[1] Aart Grotendorst, neef van P.W. van Rossum, Paramariboplein 54'' te Amsterdam

[2] De Standaard, werkgever van P.W. van Rossum Jr., Nieuwezijds Voorburgwal 58-60 te Amsterdam

[3] Annie Grotendorst, nicht van P.W. van Rossum, Paramariboplein 54'' te Amsterdam

[4] Juffr. Bus, collega van Annie Grotendorst bij Fa. Oyens, gevestigd aan de Keizersgracht te Amsterdam

[5] E.L Bernard, Fotohandelaar A.F.O.;, Marnixstraat 5 te Amsterdam

[6] Frey, Elise (Betty); vriendin van P.W. van Rossum Jr.; Amsterdam, Tweede Jan Steenstraat 13, gehuwd met A. Eskes / kamerverhuurster; Betty is één van de hoofdpersonen uit "Bungalowavonturen / Het Grote Onweer"


Kent u een bovengemiddeld YouTube of Daily Motion filmpje dat hier mooi zou passen? Mail ons de link!

© Nauticlink | adverteren op Nauticlink