Voor botenbeurzen zijn het barre tijden. Tijden van concurrentie en verbrokkeling. Tijden dat de potentiële bezoeker dat ene produkt na een gedegen studie van drie dagen ‘al wel op internet gezien heeft’ en de arme verkoper, die alles van alle produkten zou moeten weten, met graagte op punten verslaat. De watersporter, die ‘alles al weet’, moet kiezen uit tig-beurzen, maar blijft grosso modo toch komen. Om ‘t produkt te voelen, niets te missen en voor ‘t menselijk contact. Gevolg is, dat de bezoekersaantallen per beurs wel slinken.
Zo bleef deze maand de HISWA steken op 59.342 bezoekers. De op een na slechtste van de afgelopen zeven jaar. Ondanks de gratis toegang voor de jeugd. Hoewel, eigenlijk weten we het niet meer. Want met een opmerkelijk goocheltruc over ‘beroepsmatig bezoek’ legde het persbericht uit dat deze krappe 60.000 bezoekers “op basis van de telling van afgelopen jaren” er eigenlijk 64.000 zouden zijn geweest… Zijn we tot dit jaar dus mooi bij de neus genomen door RAI en HISWA!
De Belgische Boatshow constateerde ook al een lichte terugval in bezoek, maar telde toch nog wel 60.118 bezoekers. Wil dit nu zeggen dat deze beurs groter is dan de HISWA? Wel als deze beurs ook volgens de ‘internationale UFI-regels’ van de RAI rekent. Geen flauw idee. Wil het ook niet weten. Want eerlijk gezegd: bezoekcijfers van beurzen zijn toch niet meer helemaal te vertrouwen.
Of beurzen ten dode zijn opgeschreven? Dus niet! Er komen er zelf nog meer bij. Behalve de Bootexpo (gebruikte boten in april) en de Yacht Vision Boatshow (mei), in september nu ook de Boot Holland Aqua. Het gaat net als met tijdschriften (en websites…): het aanbod blijft maar groeien en wordt steeds gesegmenteerder. Zo verdelen wij de koek. Daarbij blijft de stemming opmerkelijk goed. Minder bezoekers, maar meer verkopen… Iedereen blij!
Zelf ben ik ook niet voor niets naar de HISWA gegaan. Altijd een beetje allergisch geweest voor overbodige nieuwigheden. Maar na een gesprekje met Ylja Huis in ‘t Veld van Steigerstad, heb ik m’n idee over botenliften toch moeten bijstellen. Ik bedoel zo’n lift die je boot uit het water tilt en dient als permanente stalling. Minder onzinnig dan gedacht. Met zo’n apparaat – die tot een paar ton kan heffen – schijn je meer dan twee vliegen in één klap te slaan: het scheelt antifouling, schade door golfslag, zorgen over kruiend ijs (mocht dat nog ooit voorkomen…), en ‘t blijkt een praktische bescherming tegen diefstal. Maar het alleraardigste is, dat de lift autonoom kan werken, dankzij een hydraulisch systeem dat genoeg heeft aan zonne-energie. Alleen vraag ik me af, wat de havenmeester zegt, als je zo’n ding in je jachthaven wil afzinken. Maar toch weer wijzer. Leve de beurzen!
Om mijn hebberigheid in toom te houden, stel ik me op de beursvloer de glanzende showboten na een paar jaar gebruik voor, natuurlijk net zo goed helemaal groen van de algen. Net als onze boot na de winter. Of alleskunnende navigatiesystemen die opeens alle waypoints kwijt zijn. Kijk, dat helpt en geeft me een goed gevoel. Wat ook helpt is het besef dat het bezit van geavanceerde spullen nog lang geen goed zeemanschap garandeert. Sterker nog: soms denk ik wel eens dat het tegenovergestelde eerder waar is. Als dat geen troost is.
Kom ik op dankzij de virtuele tentoonstelling van het Fries Scheepvaart Museum. Een online ‘botenbeurs’ uit andere tijden met allerhande nautische voorwerpen, waarop u kunt inzoomen. Onder andere een geweldige verzameling historische ansichtkaarten. De kaarten brengen u terug in de tijd, dat wie het water op ging, nog maar één doel had: overleven. Van watersportplezier, laat staan botenbeurzen, had toen nog nooit iemand gehoord. Maar varen konden ze als de besten.
Met vriendelijke groet,
Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink


Reageer