Deze maand heeft het Rijk haar eigendom van de Friese meren overgeheveld naar de Provincie. Na eerst in staat te zijn gesteld 345 miljoen Europese en Rijks subsidie in het Friese MerenProject te pompen, heeft de Provincie nu dus ook nog de totale zeggenschap over al dat opgeknapte vaarwater verkregen. Goeie truc en slim bekeken. So far, so good! Enige zorg is dat Nederland de Friese Meren nu wellicht voor goed kwijt is…
Want er zijn ondernemers, die oplopen tegen het ‘niets ontziende Friese taalbeleid van de Provinsje Fryslân, dat onvriendelijk en ongastvrij’ zou zijn. Omdat de politiek het Fries overmatig pusht. Anders gezegd: aan de ene kant probeer je nog meer binnenlandse toeristen in een bootje op de Friese Meren te krijgen, aan de andere kant stoot je ze juist af, omdat al dat opgedrongen Fries het leven onnodig ingewikkeld maakt, voor wie het niet beheerst. Ter verduidelijking: zolang de taal helpt elkaar beter te begrijpen, moeten Friezen natuurlijk zoveel Fries spreken als ze kunnen. Maar wat als de taal een barrière wordt, in een regio waar het onderwijs op achterstand staat? Misschien is één taal dan al moeilijk genoeg.
Verhuurders van jachten spreken toeristen natuurlijk het liefst en het best in het Nederlands, Duits, of Engels aan. En een Friese ondernemer, die een produkt wil verkopen aan de rest van de wereld, promoot dat nu eenmaal niet in het Fries. Maar voor de politiek en provinciale jetset kan het allemaal niet Fries genoeg en moet het nog veel Friezer. De promotie van de Friese taal blijkt zelfs een middel om zich van kiezers of financiële middelen te voorzien. Als je buiten Friesland leeft, is dat fanatisme voor een streektaal moeilijk voor te stellen. Je vraagt je af of zo’n strijd in het licht van alle integratieproblemen nog wel van deze tijd is.
Journalist en ondernemer Albert Hendriks, baas van Nederlands enige ongesubsidieerde bureau voor toerisme Friesland-Holland, en organisator van de Frisian Boat Show, kan erover meepraten. Hij denkt dat zijn watersportprovinsje beter uit zou zijn met een minder starre, minder fanate, en wat pragmatischer taal-opstelling. Omdat Hendriks van publiciteit zijn beroep heeft gemaakt, en geen angsthaas is, blijft hij voor de politieke bestuurders niet onopgemerkt. Volg een ontluisterende soap, die in zijn nieuwsbrief van 30 september 2009 onder het kopje ‘onder vuur’ onschuldig begint met Hendriks’ visie op het gebruik van Friese namen.
Beleef vervolgens in ‘Praet mar Nederlânsk’ op 13 oktober hoe gedeputeerde Jannewietske de Vries weigert een toespraak voor óók niet-Friessprekende toehoorders in het Nederlands te vervolgen. Na een stukje in de Leeuwarder Courant wordt Hendriks door de Provinsje nota bene op het matje geroepen. Taalstrijd in Fryslân op 19 oktober. Omdat het statenlid Gryt van Duinen vindt ‘dat er meer Fries moet worden gebruikt in de recreatiesector op straffe van het intrekken of het weigeren van subsidie’, zet Hendriks op 4 november z’n dappere strijd voort met ‘Helemaal van de pot gerukt‘ (..). Op 10 november komt het bureau van Hendriks van de weeromstuit met een taalcursus ‘Frysk voor buitenlanders’ en gratis visum.
Denk je, dat ze daar in de weidsheid van het Noorden een vredig en ontspannen leventje met elkaar leiden. Nee hoor, ze slaan elkaar aan de oevers van de Friese Meren met het Frysk om de oren. Anno 2009. De vraag is dus, hoe verstandig het is zulk lokaal gezag nu heer en meester te laten worden van al dat 9300 hectare grootte, fraaie Europese vaarwater. Zijn we mooi klaar mee, als de Provinsje weg- en vaarwegmarkering gaat ‘verfriezen’ met vreemde namen en ons op water en kaart met een Frysk kluitje in het riet stuurt.
Het verbaast dat de Provincie uit oogpunt van goed gastheerschap zo weinig doet om de argeloze Hollander in z’n eigen taal te woord te staan, en tegelijk zo gretig put uit de Europese en Rijks subsidiepot voor ‘economische ontwikkeling’. Wat zouden de kosten zijn van al deze tweetaligheid? Officieel mag je sinds 2004 niet eens meer Provincie Friesland zeggen en schrijven, maar is het Provincie Fryslân. Maakt u dus de fout! Je moet als watersporter straks gestudeerd hebben om je een beetje thuis te voelen in Fryslân. Als je daar tussen de Fryske Marren nog weet waar je bent… Gelukkig hebben we de GPS!
Met vriendelijke groet,
Bert Kuijpers,
schipper van Nauticlink

Reageer